Zoetstoffen

 
Soorten

Een beperkt gebruik van suiker bij een goed geregelde diabetes zonder overgewicht vormt geen probleem meer. Toch kunnen zoetstoffen een goede vervanger zijn wanneer de smaak meer zoet verlangt dan in een gezonde voeding wordt aanbevolen of wanneer de weegschaal niet meer het gewenste gewicht aangeeft.
Zoetstoffen en vervangsuikers zijn onder te verdelen in 3 groepen:
  1. Zoetstoffen die geen energie leveren. De namen van deze stoffen zijn sacharine, cyclamaat, aspartaam, acesulfaam-K en sucralose. Van deze energievrije zoetstoffen zijn maar kleine hoeveelheden nodig. Ze zijn vele malen zoeter dan suiker en hebben geen invloed op het bloedsuikergehalte.
  2. Maltitol, isomaltitol, sorbitol, mannitol, lactitol en xylitol behoren tot de groep van de polyolen. Deze suikervervangers zijn iets minder of ongeveer even zoet als suiker. Ze leveren ongeveer de helft van de energie en hebben weinig of geen invloed op het bloedsuikergehalte. Polyolen zijn, met uitzondering van sorbitol, niet courant te koop in de handel.
  3. Tagatose is een zoetmiddel verkregen uit lactose (= melksuiker). De zoetkracht is ongeveer even groot als suiker, maar het brengt minder dan de helft van de calorieën van suiker aan. De invloed op de bloedsuikerspiegel is verwaarloosbaar.
  4. Fructose (= vruchtensuiker) en andere alternatieve suikers zoals moutstroop(=maltose), maïsstroop, cichoreistroop en honing zijn broertjes van gewone suiker. Ze leveren evenveel energie en zullen de bloedsuikerwaarden wel beïnvloeden. Ze worden nochtans veel gebruikt in producten met vermelding 'suikervrij' of 'geschikt voor mensen die het gebruik van gewone suiker willen of moeten vermijden'. Laat je dus niet beetnemen, lees steeds aandachtig de samenstelling op de verpakking!

Aanvaardbare dagelijkse inname (ADI)
Wanneer je energievrije zoetstoffen met mate gebruikt zijn ze volkomen veilig. Voor iedere zoetstof werd een ADI-waarde per kilogram lichaamsgewicht bepaald (= Aanvaardbare Dagelijkse Inname), die ook terug te vinden is op de verpakking van de verschillende zoetstoffen. Deze waarde wordt bij volwassenen bijna nooit overschreden. Meestal volstaat een veel kleinere hoeveelheid om aan de zoetbehoefte te voldoen.
Frisdranken gezoet met energievrije zoetstoffen die geen energie leveren, kunnen in principe vrij gebruikt worden. Nochtans is het raadzaam kunstmatige zoetstoffen niet onbeperkt te gebruiken. Naast de 'light frisdranken' worden in heel wat andere 'lightproducten' eveneens kunstmatige zoetstoffen verwerkt, zodat de dagelijkse dosis hoog kan oplopen. Omdat de ADI voor zoetstoffen bij kinderen heel wat lager ligt dan bij volwassenen is het raadzaam om suikervrije dranken bij deze groep te beperken.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ADI-waarde van de energievrije zoetstoffen.

 

Zoetstof ADI (mg/kg normaal lichaamsgewicht)
Aspartaam

40 mg

Acesulfaam-K

9 mg

Cyclamaat

7 mg

Sacharine

2,5 mg

Sucralose

15 mg

 

Polyolen en buiklast
Het is bekend dat polyolen een laxerende werking hebben. Niet voor niets staat op de verpakking van producten waarin ze aanwezig zijn, dat je niet meer dan 40 gram polyolen per dag mag nemen. Dat is een gemiddelde waarde waarvan mag worden aangenomen dat niemand daar enige hinder van ondervindt. Toch zijn er mensen die al bij veel minder dan 40 gram per dag last in hun buik krijgen. Voor hen zijn deze suikervervangers dus minder geschikt.

Bijsmaak
Veel mensen hebben de ervaring dat zoetstoffen soms een bijsmaak geven.
Voor dit probleem zijn maar twee oplossingen: je moet er minder van gebruiken en de zoetstof in de bereidingen niet te hoog verwarmen. Van sacharine met een klein beetje cyclamaat en van aspartaam is bekend dat deze naar de ervaring van de meeste mensen de minste bijsmaak hebben. Ook tagatose heeft weinig bijsmaak. Leer zoetmiddelen vooral juist gebruiken en volg de aanwijzing op elke verpakking.




Vlaamse Diabetes Vereniging vzw
Diabetes infolijn 0800 96 333
Contacteer ons