Voedingsadvies bij type 1 en type 2

Het is voor iedereen belangrijk om gezond te eten.
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit een enorme hoeveelheid cellen. Deze hebben allemaal een zeer specifieke taak. Om deze taak te vervullen hebben ze energie nodig die we brandstof noemen. Deze energie halen we uit onze voeding onder de vorm van vetten en koolhydraten. Daarnaast heeft het lichaam ook bouwstoffen nodig, onder de vorm van eiwitten, om regelmatig de afstervende cellen te vervangen. Verder zijn er vitaminen, mineralen en anti-oxidanten nodig die fungeren als beschermende stoffen.

Er is voldoende vocht nodig om onze vochtbalans in evenwicht te houden en voedingsvezels die een regulerende werking hebben op de eetlust, de darmwerking, de opname van glucose in het bloed en de bloedlipiden(vetten). Dit alles geldt net zo goed wanneer je diabetes hebt. Er is voldoende vocht nodig om onze vochtbalans in evenwicht te houden en voedingsvezels die een regulerende werking hebben op de eetlust, de darmwerking, de opname van glucose in het bloed en de bloedlipiden(vetten). Dit alles geldt net zo goed wanneer je diabetes hebt.

De tijd dat men bij diabetes een streng 'dieet' ging aanbevelen is momenteel voorbij.

De basis van het advies is een gezonde en gevarieerde voeding, zoals die voor iedereen geldt. Er wordt wel extra aandacht gevraagd voor koolhydraten en vetten.

De voeding blijft een belangrijk onderdeel van de diabetesbehandeling. Het is de basis waarop alle andere behandelingen steunen. Zonder een aangepaste voeding kan men noch met bloedsuikerverlagende pilletjes noch met insuline een goede controle verkrijgen.

Kleine eenvoudige aanpassingen in het bestaande voedingspatroon, onder deskundige begeleiding van een diëtist(e), kunnen al voldoende zijn om het gewenste doel te bereiken en zijn op langere termijn meestal beter vol te houden dan radicale veranderingen die op langere termijn geen stand houden.  

Type 1 diabetes
Het voedingsadvies voor mensen met type 1 diabetes, die steeds met insuline behandeld worden, bestaat naast een gezonde voeding uit een goede spreiding van de koolhydraatbronnen. Kennis van voedingsmiddelen die koolhydraten bevatten, is essentieel om een juist evenwicht te verkrijgen tussen voeding, insuline en beweging.
Soms moet vaker op een dag gegeten worden (hoofd- en tussenmaaltijden), soms juist niet, afhankelijk van de soort insulinetherapie. Hiervoor zijn twee redenen aan te voeren:

  • in de eerste plaats heeft insuline piekwerkingen. Wanneer je bijvoorbeeld voor het ontbijt kortwerkende insuline hebt gespoten, dan is deze tussen 10 en 11 uur 's ochtends optimaal werkzaam. Deze werking moet opgevangen worden met tussenmaaltijden die koolhydraten bevatten. Hetzelfde gaat op voor verlengd werkende insuline die 's ochtends is ingespoten. Deze levert omtrent 4 uur 's namiddags een piek in de werkingskracht. Dus ook dan is een tussendoortje noodzakelijk! Voor wie een insulinepen of - pomptherapie, met insuline-analogen, gebruikt zijn deze tussendoortjes niet altijd nodig.
  • een tweede reden is het feit dat koolhydraten bloedsuiker verhogend werken. Door meerdere malen per dag te eten, wordt de hoeveelheid koolhydraten beter over de dag verspreid en is er een kleinere kans op sterke verhogingen van de bloedglucosewaarde.

Type 2 diabetes
Gaat veelal gepaard met overgewicht. Hier is een matig energiebeperkt advies uiterst belangrijk. Door een weinig te vermageren kunnen de weefsels terug gevoeliger worden voor de nog aanwezige insuline in het lichaam.
Veel mensen met type 2 diabetes zijn naast een gezonde voeding ook aangewezen op het gebruik van tabletten en/of insuline. Een evenwicht tussen voeding, medicatie en beweging is dan ook zeer belangrijk. Het gebruik van tussenmaaltijden wordt voornamelijk aanbevolen bij gebruik van sulfonylurea, aangezien zij de vrijstelling van insuline stimuleren en dus de kans op hypoglycemie verhogen.

  • de energiebalans
    Wanneer iemand meer energie opneemt dan hij verbruikt, wordt de overtollige energie door het lichaam opgeslagen als vetreserve. De energie die onze voeding dagelijks levert wordt uitgedrukt in 'calorieën' of liever 'kilocalorieën'. Voor koolhydraten en eiwit is dat 4 kilocalorieën (kcal) per gram, voor vet 9 kcal per gram en alcohol brengt 7 kcal per gram aan. Het energieverbruik wordt bepaald door het geslacht, de leeftijd, de lichaamsbouw en de dagelijkse activiteiten.
    Om af te vallen zal men dus minder energie moeten opnemen dan wat men tot nu toe gewoon was en anderzijds ook best wat meer energie gaan verbruiken door het inschakelen van meer lichamelijke inspanningen.
  • de Body Mass Index
    Door het berekenen van de Body Mass Index (BMI) kan je weten of je lichaamsgewicht binnen de aanvaardbare normen valt of niet. De BMI is het lichaamsgewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van de lengte in meter. Kom je een getal uit tussen 18,5 en 25, dan val je binnen de normale grenzen. Tussen 25 en 27 heb je neiging tot overgewicht. Tussen 27 en 30 is er overgewicht met een verhoogd risico voor je gezondheid. Boven de 30 ben je zwaarlijvig met een sterk verhoogd risico voor je gezondheid.

    Voorbeeld:
    Je bent 1m 65 groot en je weegt 70 kg.
    BMI = 70 : (1.65 x 1.65) = 25,7
    Een BMI van 25,7 betekent dat er een lichte neiging is tot overgewicht.



Vlaamse Diabetes Vereniging vzw
Diabetes infolijn 0800 96 333
Contacteer ons