Het toedienen van insuline
Insuline moet onderhuids ingespoten worden. Inname via de mond of via andere kanalen zoals door inademen, wordt momenteel nog bestudeerd. Om insuline in te spuiten hebben we verschillende hulpmiddelen ter beschikking.
Inspuitmateriaal.Een heel gamma hulpmiddelen staat ter onzer beschikking. Voor alle inspuitmaterialen geldt dat een foutief gebruik ernstige schommelingen kan veroorzaken in de toegediende dosis. Vraag daarom uitgebreid uitleg over het gebruikte materiaal en de juiste inspuittechniek.
- Insulinespuit: insulinespuitjes zijn het oudst en dus het langst ter beschikking. Ze zijn vooral nuttig wanneer 2 insulinesoorten moeten gemengd worden. Ze worden nog weinig gebruikt. Het optrekken van de insuline uit een flacon, het mengen etc. is tamelijk omslachtig.
- Insulinepen: toediening van insuline met een insulinepen is minder omslachtig dan met een insulinespuit. Er bestaan verschillende pensoorten (voorgevulde wegwerppennen en te hervullen 'definitieve' pennen). Elke insulinefabrikant heeft zijn eigen insulinepen. Let hierop wanneer insuline voorgeschreven wordt. Welke pen gebruikt wordt, is een kwestie van voorkeur en gewoonte. Elke pen heeft zijn eigen voor- en nadelen.
- Insulinepomp: bij een pomp gebeurt de insulinetoediening continu via een onderhuids geplaatste naald, verbonden aan de pomp. In tegenstelling tot bovenstaande toedieningswijzen moet niet telkens opnieuw een naald ingebracht worden.
Lengte van de naald.
Uiteraard dient de naaldlengte aangepast te worden aan de persoon die insuline inspuit. Magere mensen met een dunne vetlaag zullen minder diep moeten spuiten dan zwaarlijvige mensen met een veel dikkere vetlaag.
Een naaldlengte tussen 5 en 8 mm is meestal voldoende, soms moeten naalden van 12 mm gebruikt worden.
Kan je wegwerpspuiten en naalden meermaals gebruiken?
In principe moeten zowel spuiten als naalden na elke inspuiting vervangen worden. Bij herhaaldelijk gebruik wordt de naald botter, waardoor de inspuiting minder comfortabel verloopt. Bovendien bestaat er een risico dat de naald verstopt. Dit moet voor elke inspuiting gecontroleerd worden door er een kleine hoeveelheid insuline door te spuiten.
Gebruik wegwerpnaalden en spuiten zeker niet langer dan 3 dagen. Uitspoelen of uitkoken van naalden of spuiten, zoals het vroeger moest gebeuren, is uit den boze!!
Gebruikte naalden, spuiten en lancetten mogen niet langs het gewone huisvuil weggegooid worden. Hiervoor bestaan handige naaldcontainertjes. Meer hierover in de rubriek Leven met diabetes - milieu.