Verkeerde inspuittechniek?

Huidproblemen bij verkeerde inspuittechnieken?

Er kunnen atrofie (kuilen), hypertrofie (bulten) of harde plekken ontstaan ter hoogte van de huid.

Hoe ontstaan harde plekken, bulten en kuilen op spuitplaatsen?

Algemeen wordt aangenomen, dat de oorzaak hiervan ligt in een soort afweerreactie van het lichaam tegen de ingespoten insuline. Vaak ontstaan ze bij het te vaak gebruiken van een bepaalde spuitplaats. Hoewel de zones minder gevoelig geworden zijn, worden ze vaak toch gekozen om in te prikken. In die zones wordt de insuline echter slecht opgenomen waardoor ontregeling kan ontstaan. Het verdient dan ook aanbeveling zo'n plaats rust te gunnen en er dus een tijdlang niet te spuiten.

Wat is atrofie?

Atrofie is het plaatselijk verdwijnen van weefsel op injectieplaatsen. Het is meestal te wijten aan onzuiverheden in de ingespoten insuline. De in België gebruikte insuline is nu zo zuiver, dat het aantal mensen dat klaagt over atrofie, sterk is afgenomen.

Wat is hypertrofie?

Dat is het optreden van builen tengevolge van de inspuiting. De hypertrofie verdwijnt als de injectieplaats een tijdje niet wordt gebruikt. Wanneer je trouwens in die zones blijft spuiten, wordt de insuline minder betrouwbaar in het bloed opgenomen. 

 Kan de insuline op verkeerde plaatsen terechtkomen?

Waarom is het niet goed om in een spier te spuiten?

In de eerste plaats is het spuiten in een spier pijnlijk. Bovendien wordt de insuline in de spieren veel sneller opgenomen door de aanwezige bloedvaten. Dit geeft een volledig verschillende werking voor heldere, snelwerkende insuline enerzijds en troebele, traagwerkende insuline anderzijds. De snelwerkende insuline wordt zeer vlug opgenomen door het grote aantal aanwezige bloedvaten, zal dus vlugger werken en kan in sommige gevallen zo aanleiding geven tot hypoglycemieën. De traagwerkende, troebele insuline heeft niet de tijd vrij te komen van zijn bindingsstof en zal daarom duidelijk minder tot vrijwel niet werkzaam zijn. Hierdoor kunnen er hogere bloedsuikerwaarden optreden, ondanks het inspuiten van een juiste dosis insuline. Bovendien is de doorbloeding in de spieren zeer wisselend. Dit heeft natuurlijk ook invloed op de opname van insuline. Al deze situaties moeten uiteraard worden vermeden, dus mag men niet in een spier spuiten!

Wat als je bloed ziet na het inspuiten?

Als je een kleine bloeding hebt na het inspuiten, heb je een haarvat geraakt. Ook op 'normale' spuitplaatse (benen, buik en billen) vinden we bloedvaatjes. Dit zijn zogenaamde 'haarvaatjes'. Deze zijn echter zo klein dat geen gevaar bestaat dat een grote hoeveelheid insuline op onregelmatige wijze wordt opgenomen.




Vlaamse Diabetes Vereniging vzw
Diabetes infolijn 0800 96 333
Contacteer ons