Toedienen van insuline met een pomp?
Een insulinepomp is een apparaat dat om een insulinespuit is gebouwd. De pomp bevat een aandrijfmechanisme. In feite is het een nabootsing van de werking van het menselijk lichaam wat betreft insulineproductie. Het reservoir van het pompje is gevuld met heldere, snelwerkende insuline. Doordat het reservoir heel langzaam wordt leeggedrukt, is er een gelijkmatige afgifte van insuline. Dit kan de diabetesregulatie zeer gunstig beïnvloeden. Bij mensen zonder diabetes maakt het lichaam voor het verwerken van maaltijden insuline aan. Ook dit is met de insulinepomp na te bootsen: via het indrukken van een paar knoppen, krijgt de pomp opdracht om extra insuline af te geven. Dit noemt 'maaltijd klikken' of bolussen. De insulinepomp is met het lichaam verbonden door een slangetje met een naaldje dat onderhuids, meestal in de buik, moet worden aangebracht.
Zou iedere persoon met diabetes gebaat zijn bij de behandeling met een insulinepomp?
De keuze wordt gemaakt in overleg met de arts. Voor enkele mensen met diabetes kan zo’n behandeling echter wel een grote uitkomst bieden: vrouwen met diabetes die zwanger willen worden (die moeten vóór en tijdens de zwangerschap zeer scherp ingesteld zijn), mensen die met twee of meer injecties per dag moeilijk instelbaar zijn, personen die te maken hebben met een beginnende complicatie, vb. aan de zenuwbanen en tenslotte mensen met diabetes met een zeer onregelmatig arbeidsschema.
Wat zijn de voordelen van de behandeling met een insulinepomp?
Met behulp van een insulinepomp is het vaak eenvoudiger om een heel scherpe diabetesregulatie te bereiken. Dit betekent dat men vrijwel 24 uur per dag normale bloedglucosewaarden kan hebben. Verder is het mogelijk om met behulp van goede zelfcontrole, het vaste schema van eten wat los te laten. Zo kan het zijn dat je geen tussenmaaltijden meer hoeft te gebruiken, omdat met de insulinepomp geldt: “wie niet eet, zal ook niet klikken”. Het is mogelijk om bij dreigende ontregelingen sneller in te grijpen.
Wat zijn de nadelen van de behandeling met een insulinepomp?
Eenmaal de keuze gemaakt, is de pomp een deel van je leven. Door storingen kan de pomp verkeerd werken en te weinig of te veel insuline afgeven. Gelukkig komt dat maar zelden voor. Bovendien vergt het over het algemeen meer van jezelf dan wanneer je spuit. De (zelf)controle is intensiever en je moet een behoorlijke kennis bezitten van de diabetesregulatie.
Hoe wordt een insulinepomp meestal gedragen?
Bij de meeste pompen wordt een draagband geleverd om rond het middel te dragen. Natuurlijk kan zo’n pomp ook op andere plaatsen gedragen worden (broekzak, borstzakje van overhemd, enz.)
Kan je met een insulinepomp ook insulinesoorten mengen?
Dit is niet nodig, want met een pompje wordt alleen snelwerkende insuline gebruikt die gedurende de gehele dag langzaam in het onderhuidse weefsel wordt afgegeven, waaruit het in het bloed wordt opgenomen. Kan je het pompje tijdens het sporten omhouden? Bij contactsporten als voetbal en basketbal kun je het pompje beter niet omhouden. Bij watersporten als zwemmen en waterpolo moeten de meeste pompen af, want ze kunnen niet tegen water. De duur van het ‘zonder pomp zijn’, moet zo kort mogelijk worden gehouden.
Hoe zit het met wassen en douchen?
Pompen kunnen beschermd worden door er een waterdicht omhulsel rond aan te brengen. Het kleefmateriaal waarmee de ‘katheter’ ter plaatse wordt gehouden, heeft niet de neiging om te lossen in water.
Wanneer je permanent een naaldje in je buik hebt, krijg je daar dan geen last van?
Als je het naaldje te lang op éénzelfde plaats laat zitten, treden er zeker ontstekingen op. Deze kan je vrijwel altijd vermijden als je ongeveer eens per drie dagen van aanprikplaats wisselt. Dat verwisselen is dan niet van buik of bil, maar naar een andere plek in de buik. Dit is het lichaamsdeel dat relatief weinig beweegt, zodat het naaldje daar het meest rustig kan blijven zitten. Overigens verschilt het van persoon tot persoon hoe lang een naaldje op dezelfde plek kan blijven zitten. Sommige mensen moeten elke dag een schoon naaldje aanbrengen, anderen kunnen veel langer met hetzelfde naaldje doen. De insteekplaatsen veroorzaken vaak kleine gepigmenteerde littekens, waardoor de buikhuid na een tijd wel minder mooi kan worden. Tegenwoordig wordt er meestal ook geen naaldje meer in het lichaam gelaten. Met een naald wordt een dun teflon slangetje onder de huid aangebracht. Dit heeft als voordeel dat men het niet voelt zitten en men heeft minder makkelijk irritatie van het naaldje.
Kan het naaldje door stoeien, en dergelijke, niet losschieten?
Het naaldje zit in je buik en het eerste gedeelte van het slangetje wordt samen met het naaldje vastgezet met nauwelijks irriterende folie of pleister. Daarnaast is het handig om een zogenaamde 'trekontlasting' aan te leggen. Dit doe je door een tweede stuk folie of pleister over een ander stuk van het slangetje te doen. Hierdoor ontstaat een lus in het slangetje, waardoor er geen kracht kan komen te staan op het gedeelte van het slangetje met het naaldje. Aan de andere kant is het slangetje met de pomp verbonden door een schroefaansluiting. De kans op het losschieten van het slangetje of het naaldje is dus klein.
Kan zo’n pomp niet ingeplant worden?
Er zijn inderdaad enkele mensen met diabetes bij wie een pomp onderhuids wordt ingeplant met een slangetje dat de insuline brengt hetzij in het buikvlies, hetzij in een bloedvat. Deze pomp heeft een reservoir met een zeer grote hoeveelheid insuline en er bestaat een afstandsbedieningssysteem waarbij zowel het basaal ritme als de bolus voor een maaltijd kan worden bepaald.
Het is een zeer duur apparaat. Momenteel zijn er nog veel problemen met verstopping van het insulinereservoir of de katheter. Dergelijke pompen worden in ons land enkel gebruikt bij uiterst zeldzame problemen met insuline opname door de huid. Bij die mensen werkt de ingespoten insuline immers niet.