De "check-up"


Het gaat in hoofdzaak om het opsporen van de specifieke complicaties van diabetes en van factoren die een rol kunnen spelen in hun ontstaan.

Waarom, wanneer, wat?
Bij personen met type 1 diabetes treedt de ziekte vrij bruusk op. De verschijnselen van diabetes treden zeer snel op. Daar diabetescomplicaties steeds minstens een aantal jaren nodig hebben om zich te manifesteren, kan men gewoonlijk gedurende de 5 jaren volgend op het stellen van de diagnose de onderzoeken minimaal houden.

Type 2 diabetes ontstaat vaak sluipend. Het suikermetabolisme is dikwijls al lange tijd verstoord vooraleer de persoon er last van krijgt. Deze tijd is soms lang genoeg om het ontstaan van complicaties toe te laten.

Daarom dienen bij personen met type 2 diabetes de onderzoeken voor het vroegtijdig opsporen van complicaties vanaf het stellen van de diagnose te worden uitgevoerd.
Meestal volstaat een jaarlijkse check-up. Bij problemen kan natuurlijk een snellere controle noodzakelijk zijn.
Ook wanneer je zelf geen last hebt van oog- of nierklachten, is het belangrijk deze onderzoeken jaarlijks te laten uitvoeren. De afwijkingen ontstaan immers sluipend, zonder dat je er zelf hinder van ondervindt. In deze eerste stadia zijn ze mits een specifieke behandeling, nog te stabiliseren of zelfs te verbeteren. Wanneer ze echter te lang aanslepen, kunnen ze voor onomkeerbare aantasting van de organen, ogen, nieren en zenuwen verantwoordelijk zijn.
Het is bekend dat diabetes oorzaak kan zijn van specifieke afwijkingen in bepaalde organen. Het is vanzelfsprekend dat deze organen een bijzondere aandacht krijgen.

De ogen
Hoewel het praktisch gevolg van een oogonderzoek dikwijls het voorschrift van een bril of een aanpassing van de glazen is, is dit niet het hoofddoel van het oogonderzoek. Diabetes kan de oorzaak zijn van een ooglensvertroebeling, maar het meest bedreigend zijn de afwijkingen in het netvlies. Netvliesletsels veroorzaakt door diabetes kunnen immers het gezichtsvermogen verminderen en zelfs tot blindheid leiden. Het onderzoek van het netvlies kan eenvoudig gebeuren door met licht en een vergrootglas in het oog te kijken.
Als de oogarts dit nuttig vindt, kan hij dit 'oog spiegelen' aanvullen met een 'fluorescentieangiografie' (fluorescentie = oplichtend, angio = bloedvat, grafie = plaatjes). Dit gebeurt als volgt: allereerst worden in het oog dat gefotografeerd moet worden, pupilverwijdende druppels gedaan. Met speciale fotoapparatuur worden een aantal foto's gemaakt. Dan volgt een tweede 'sessie': in een ader in je arm wordt een fluorescerende vloeistof gespoten, waarna opnieuw foto's worden gemaakt.
Hiermee kunnen zeer kleine letsels gezien worden. De foto's kunnen voor vergelijking met later bewaard worden. Door de lichtflitsen, vergelijkbaar met die van een gewone fotoflitser, kan je met het gefotografeerde oog tijdelijk minder goed zien. Dit duurt ongeveer 1 tot 3 uur. Het is dan ook af te raden om onmiddellijk na dit onderzoek met de wagen te rijden. Het is trouwens altijd veiliger om je na een bezoek aan de oogarts te laten vervoeren, want ook de pupilverwijdende druppels kunnen nog een tijdje scherp zicht bemoeilijken. Veel mensen hebben na de inspuiting van de fluorescerende stof een dag lang een gele huid en gele urine. De vloeistof wordt door de nieren uit het lichaam verwijderd. Er zijn geen nadelige gevolgen.

De nieren
De eerste manifestatie van een diabetische nierziekte is een overmatige eiwitafscheiding. Nieraantasting spoort men het best op via een microalbuminuriebepaling (bepaling van zeer kleine hoeveelheden albumine in de urine) op een 24-uurs urineverzameling.  Deze gevoelige testen zijn belangrijk, omdat zij de nierziekte detecteren in een stadium waarin de nierafwijking door behandeling nog kan worden gestabiliseerd. Het uitvoeren van de test op urineverzamelingen van een bepaalde tijdspanne i.p.v. op een staal, verhoogt de nauwkeurigheid. Deze techniek is dan ook te verkiezen boven het bepalen van eiwitten via een teststrook in een urinestaal (vb. Albustixproef en Micraltest).

De zenuwen
We onderscheiden het willekeurige van het onwillekeurige zenuwstelsel. Het eerste omvat de zenuwen die de gevoelsprikkels overbrengen en de spieren activeren. Het tweede bezenuwt verschillende organen, zoals het hart, bloedvaten, maag en darmen. Peesreflexen en gevoeligheid voor de trillingen van een stemvork, kunnen al een zeker idee geven van de functie van het willekeurige zenuwstelsel. Men kan een beter idee krijgen door gebruik te maken van speciale toestellen om drukgevoeligheid (monofilamenten) of trillingsgevoeligheid (biothesiometer) te meten.
Men kan ook de snelheid van de geleiding van de zenuwprikkels in het been (of de arm) tussen 2 elektroden die met een band om het lidmaat worden geplaatst, meten. Een vertraagde geleiding is afwijkend. Via naalden in de spier geschoven kan men nagaan hoe een zenuwimpuls de spier stimuleert. Dit is een wat minder prettig onderzoek. Deze onderzoeken worden meestal aangeduid als een E.M.G. (ElectroMyoGrafie).
Het onwillekeurige zenuwstelsel bestuurt organen als het hart, bloedvaten, maag, darmen en urineblaas. De eenvoudige meting van de bloeddruk in liggende en staande houding kan over de toestand van dit zenuwstelsel inlichtingen geven. Een bloeddrukval bij het rechtstaan duidt op een afwijking. Meer gesofisticeerde onderzoeken meten de snelheid van de maagontlediging (vertraging is afwijkend) en de verandering van het hartritme in een aantal situaties (tijdens het rechtstaan en bij diep in en uitademen tegen druk).

Hart en bloedvaten
Hier is niet alleen een beoordeling van de bestaande toestand van hart en bloedvaten belangrijk, maar ook het opsporen van risicofactoren: familieleden met deze ziekte, roken, een hoog lichaamsgewicht, een hoge bloeddruk en een ongunstig vetgehalte in het bloed.
Het meten van het gewicht en de bloeddruk is een vast onderdeel van iedere raadpleging.
Regelmatig wordt ook de LDL-cholesterol, de HDL-cholesterol en de triglyceriden gemeten.
De toestand van het hart en de bloedvaten wordt beoordeeld door het gewone hartonderzoek en het nagaan van de slag van de bloedvaten in de benen en de voeten. Een ander onderzoek is het elektrocardiogram (E.C.G. of E.K.G.) bij rust of na een inspanning op de fiets en eventueel het onderzoek met geluidstonen van de bloedvaten (doppleronderzoek) of duplexonderzoek (echografie en doppler).

In het voorgaande hebben we een beeld willen schetsen van wat de controles zoal kunnen inhouden. In het volgende deeltje leggen wij uit hoe u zichzelf kan controleren.




Vlaamse Diabetes Vereniging vzw
Diabetes infolijn 0800 96 333
Contacteer ons