Wat is aceton?
Bij een ernstig insulinetekort schakelt het lichaam over op het verbranden van vetten. Daarbij kan het lichaam zo overstelpt worden door deze vetten, dat ze niet meer volledig worden verbrand en er bijproducten ontstaan die men ketozuren en aceton noemt. Deze stoffen verzuren het bloed. Bovendien wordt een normale stofwisseling belemmerd. Verzuring van het lichaam met vorming van ketonen noemt men diabetische ketoacidose. Indien dit niet tijdig behandeld wordt, kan een ketoacidose levensbedreigend zijn.
Mensen met type 1 diabetes, zeker als hun aandoening al een tijd bestaat, maken nauwelijks nog insuline aan en om deze reden komt deze ernstige stofwisselingsstoornis meer bij hen voor dan bij mensen met type 2 diabetes, bij wie de pancreas meestal nog genoeg insuline maakt om de vorming van belangrijke hoeveelheden ketozuren en aceton te voorkomen.
Gelukkig kunnen we aceton opsporen via de urine of via speciale bloedstrips. Zo kunnen we een ontsporing tijdig herkennen en behandelen.
Het vormen van verzuringsproducten is steeds het gevolg van enerzijds een tekort aan insuline, anderzijds vaak een verhoogde insuline nood. Deze situaties kennen we, namelijk:
- door slordigheid, inspuiten van te weinig insuline of het vergeten van een injectie en bij een persoon met een niet gekende type 1 diabetes is er een tekort aan insuline;
- bij ziektetoestanden zoals koorts of infectie;
- bij een hartinfarct of;
- bij een ongeval of operatie is er een verhoogde nood.
Bij al deze 'risicosituaties' is het uitvoeren van een aceton- of ketonentest noodzakelijk.
Wat zijn de verschijnselen van ketoacidose?
Door het insulinetekort gaat de ketoacidose steeds samen met een verhoogd suikergehalte. Als je ziek bent, buikpijn hebt of je moet braken en je suikerwaarde staat te hoog (vanaf 300 mg/dl) is het belangrijk zo snel mogelijk een acetoncontrole uit te voeren. Bij gevoelige personen zien we soms zelfs al aceton optreden bij bloedsuikerwaarden vanaf 200 mg/dl. Er is dan ook een belangrijke overloop van suiker naar de urine, wat samengaat met dorst en overvloedig wateren. De ontregeling van de stofwisseling, veroorzaakt door de ketoacidose, maakt dat men zich ziek, zwak en onpasselijk voelt. Dit kan verder evolueren naar sufheid en coma. Om de verzuring van het lichaam enigszins tegen te gaan, versnelt de ademhaling waarbij meer koolzuur wordt uitgeademd. Ook aceton wordt uitgeademd en deze stof heeft een lichte geur, meestal als een fruitgeur (appelgeur) beschreven.
Welke maatregelen moeten genomen worden bij hoge bloedsuikers of bij het vinden van ketonen?
Vooreerst dit: dikwijls voelt men zich ziek, heeft men weinig eetlust of heeft men braaklust. Eten gaat moeilijk en men zou hieruit kunnen besluiten dat men geen of minder insuline nodig heeft. Het tegendeel is meestal waar.
Zulke toestanden gaan samen met een hogere nood aan insuline om de suikers onder controle te houden: het bedwingen van de vorming van ketonen vraagt meestal meer insuline, ondanks de geringe voedselinname. Hieruit volgt de regel dat men, ook wanneer men door ziekte niet of weinig kan eten, toch de gewone dosis insuline moet blijven inspuiten.
Het kan daarenboven nodig zijn een extra hoeveelheid snelwerkende insuline in te spuiten. De hoeveelheid kan variëren van 2 tot 10 eenheden, afhankelijk van het gemeten bloedsuikergehalte en de mate waarin de acetontest positief is. Het kan nodig zijn enige tijd later opnieuw te moeten bijspuiten. Voelt u zich na het nemen van deze maatregelen toch achteruit gaan en blijven de suikers en de aceton hoog, dan heeft u beslist doktershulp nodig.
U kan hem ook eerder oproepen als u onzeker bent over uw toestand of over de te nemen maatregelen. Stel het vragen van doktershulp nooit te lang uit. Zonodig zal u moeten worden opgenomen in het ziekenhuis voor rechtstreekse toediening in de bloedbaan van hoge dosissen insuline. Deze maatregel kan een ketoacidose op korte tijd onder controle brengen.