Controle: samen sta je sterk


Personen zonder diabetes kunnen zich de meest wisselende voedselinname en lichamelijke activiteiten veroorloven zonder dat er grote schommelingen ontstaan in de bloedsuikers. Dit komt omdat het lichaam over een zeer fijn stuurmechanisme beschikt. Er is een onafgebroken en ogenblikkelijke terugkoppeling tussen de insulineafscheiding door de pancreas en de bloedsuiker.

Bij mensen met diabetes is dit stuurmechanisme verstoord of zelfs helemaal weggevallen. De verminderde of afwezige eigen insulineproductie wordt vervangen door tabletten of inspuitingen. Om de juiste hoeveelheid insuline te vinden die nodig is voor een bepaalde situatie, zijn bloedsuikerbepalingen richtinggevend. Zonder deze werkt men blind en verhoogt het risico op acute ontregelingen (hypo- en hyperglycemie) en complicaties op lange termijn.

Met zelfcontrole bedoelt men de eigen metingen door de persoon met diabetes. Op basis van de bekomen gegevens en uiteraard ook andere stelt de arts dan voor welke de beste therapie is. Met de zelfregeling wordt nog een stapje verder gezet. Hier bepaalt de persoon zelf aan de hand van zijn meetresultaten in welke richting de insulinetherapie zal worden aangepast.
Diabetescontrole omvat echter ook het opvolgen van de globale gezondheidstoestand van de persoon met diabetes, met als belangrijkste onderdeel het opsporen en behandelen van specifieke diabetescomplicaties.Dit is in hoofdzaak een taak van de arts.

Alle aspecten van de diabetescontrole worden onder deze rubriek besproken.
Het is best dat een diabeet regelmatig contact heeft met de dokters die hem begeleiden. Dit zijn de huisarts en de diabetoloog, een arts gespecialiseerd in diabetes. Deze laatste dient vooral tussen te komen bij mensen behandeld met insuline en meer nog als ze een minder stabiele diabetes hebben.




Vlaamse Diabetes Vereniging vzw
Diabetes infolijn 0800 96 333
Contacteer ons