Anticonceptie en diabetes
Waarop moet er gelet worden?
Methoden van anticonceptie
- Natuurlijke familieplanning
- Barrièremethoden:
- Bij de man: condoom
- Bij de vrouw: vaginale zaaddodende middelen, ‘vrouwencondoom’
- Intra-uteriene apparaten of ‘spiraaltjes’:
- Koper-bevattende
- Hormoon-bevattende
- Hormonale anticonceptie met oestrogenen en progestagenen:
- Orale anticonceptie of ‘de pil’
- Vaginale ring
- Kleefpleister
- Hormonale anticonceptie met alleen progestagenen:
- Via injecties: ‘de prikpil’
- Onderhuids ingeplant: ‘de implantpil’
- Orale inname van lage dosis: ‘de minipil’ of ‘POP’
- Definitieve anticonceptie:
- Bij de vrouw: eileider afbinden (tubaligatie)
- Bij de man: zaadleider afbinden (vasectomie)
- Postcoïtale anticonceptie of ‘de noodpil’
Specificiteiten van inname of gebruik van anticonceptiemiddelen
- intra-uterien apparaat: ingebracht door een arts, moet om de vijf jaar vervangen worden
- de pil: dagelijkse stipte inname gedurende drie weken, met daarna meestal een pilvrij interval van één week
- de vaginale ring: vaginaal ingebracht door de vrouw, mag drie weken blijven zitten, daarna één ringvrije week
- de kleefpleister: wekelijks op de huid kleven (niet op de borsten) en evt. de vorige verwijderen, één pleistervrije week
- de prikpil: driemaandelijkse injecties gegeven door een hulpverlener
- het implant: ingebracht door een arts, moet om de drie jaar vervangen worden
- de minipil: zeer stipte dagelijkse inname zonder stoppen
- sterilisatie : onder locale (man) of algemene (vrouw) anethesie door een arts-specialist, in principe levenslang en onomkeerbaar.
Nevenwerkingen:
Elke methode heeft voor- en nadelen en tegenaanwijzingen voor het gebruik ervan. Bespreek dit met uw arts, die uw individuele situatie het beste kan inschatten. Algemene raadgevingen zijn uiterst moeilijk gezien interferentie van een heleboel factoren: medische voorgeschiedenis, inname van andere medicijnen, etc.
De vrouw, de man of het koppel dienen uiteraard ook inspraak te hebben wat betreft de gebruiksvriendelijkheid van een bepaalde methode. Zo heeft elke methode zijn specifieke vereisten en voorwaarden om veilig te zijn.
Speelt diabetes een rol?
Ongeplande zwangerschappen bij vrouwen met diabetes zijn niet wenselijk, niet alleen omwille van eventuele problemen bij de moeder, maar vooral omwille van afwijkingen bij de baby. Een veilige anticonceptie is dan ook een must voor vrouwen met diabetes, opdat eerst een optimale regeling kan nagestreefd worden vooraleer aan een zwangerschap te beginnen.
In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, is gebleken dat intra-uteriene apparaten , beter gekend als de spiraaltjes, ook geen problemen opleveren. Gezien de hogere kans op infecties bij diabetes, zal de arts het apparaat op geheel steriele wijze inbrengen en kan zij/hij de vrouw voor een korte tijd een antibioticum voorschrijven. De meeste hormonale anticonceptiemiddelen kunnen ook perfect bij vrouwen met diabetes, omdat zij lager gedoseerd zijn dan vroeger: de pil, de vaginale ring, de kleefpleister en het implant. Alleen de prikpil wordt beter niet gebruikt, omdat het hoog-gedoseerd is en de diabetescontrole negatief kan beïnvloeden; de prikpil wordt echter niet meer vaak gebruikt in ons land.