Archief
Een goede mondhygiëne. Hoe doe ik dat?
Aangezien een gezonde mond, een gebit met goed functionerende tanden, ons toe laat te spreken, te eten en te lachen, is het heel belangrijk om er zorg voor te dragen en er voldoende aandacht aan te besteden.
Voorkomen dat er iets fout loopt, is uiteraard veel beter dan wat fout is gelopen terug herstellen. Een goede mondhygiëne is daarom van groot belang en betekent:
- Regelmatig tanden poetsen: minstens 2 x per dag - met een zachte tandenborstel en tandpasta met fluoride en hard schrobben vermijden;
- Reinigen tussen de tanden: minstens 1 x per dag - met zachte tandenstoker of tandzijde. Soms op tandartsadvies uitvoeren van een mondspoeling met antibacterieel product;
- De tandarts raadplegen voor een professionele reiniging: minstens 2 x per jaar;
- Stoppen met roken.
Reageer vooral tijdig bij rood, gezwollen of snel bloedend tandvlees, want dit kan wijzen op tandvleesontsteking (gingivitis). Gingivitis kan later uitbreiden tot parodontitis (ontsteking van weefsel rond de tanden), wat kan leiden tot het verliezen van tanden. <:NORMAL>Een goede diabetesregeling vermindert het risico op parodontitis, maar omgekeerd kan parodontitis de glycemieregeling ook verstoren. Zij beïnvloeden elkaar dus wederzijds!
Bij een slechte glycemieregeling neemt de kans tot tandproblemen toe door:
- Toename van de vorming van tandplaque;
- Bacteriële overgroei;
- Verminderde reiniging van de mond door afname van de speekselsecretie waardoor tandplaque en bacteriën niet worden weggespoeld;
- Een verminderde weerstand tegen infecties en tragere genezing;
- Verminderd herstelvermogen van de weefsels rond de tanden.
Reden genoeg dus om aandacht te besteden aan een gezonde mond. Een regelmatige tandartscontrole is dan ook van groot belang.
Een artikel naar Sunaert P, Nobels F, Vanobbergen J. Vlaams Tijdschrift voor diabetologie 2011, nr. 2, 6-7.
Is griepvaccinatie belangrijk bij diabetes?
Herfst, vallende bladeren, warmere kledij, gezelligheid… maar ook : koudere en vochtigere weersomstandigheden, meer binnen blijven en meer kans op het krijgen van infecties, waaronder griep. Als je diabetes hebt, hou je het risico op ziek-zijn liefst zo laag mogelijk, want het kan je glycemie behoorlijk ontregelen. Dit ongeacht of je nu type 1 of type 2 diabetes hebt, en ongeacht je diabetesbehandeling. Een griepaanval gaat gepaard met hoge koorts, weinig eetlust, vermoeidheid en zich echt ziek voelen.
Een jaarlijkse griepvaccinatie is nog steeds de enige manier om griep en zijn gevolgen te voorkomen. Het griepvaccin heeft weinig invloed op de glycemieregeling, maar sommige personen kunnen wel een lichte temperatuursverhoging doen, door reactie van hun immuunsysteem. De griepprik zelf kan wat roodheid en pijn op de plaats van de injectie – bovenarm – teweegbrengen.
Dit weegt niet op tegen de gevolgen van griep zelf. Als je ondanks een vaccinatie toch nog griep zou krijgen, dan verloopt de ziekte meestal minder ernstig en is er minder risico op complicaties, zoals een acute ontregeling van je diabetes of longontsteking, die tot een hospitalisatie kunnen leiden. Een griepvaccin moet in elk geval elk jaar opnieuw toegediend worden. Doordat de hoeveelheid antilichamen na de vaccinatie in de maanden na de vaccinatie afnemen, bieden zij op een gegeven moment te weinig adequate bescherming. Bovendien ondergaat het griepvirus ook regelmatig kleine veranderingen, waardoor het vaccin ook jaarlijks moet worden aangepast.
Hoe zit het nu met de terugbetaling van het griepvaccin door de mutualiteit?
Personen die lijden aan een chronische aandoening, zoals diabetes, krijgen het griepvaccin gedeeltelijk terugbetaald. (De arts noteert dan "derdebetalersregeling van toepassing" op het voorschrift). Het kost dan nog ongeveer 6 euro, zo'n 45% van de normale aankoopprijs. Vraag ook na bij je mutualiteit of er nog aanvullende terugbetaling is voorzien voor vaccinaties. Dit kan namelijk per mutualiteit en per regio verschillen.
Griepvaccinatie, bespreek het met je huisarts en apotheker!
De leerkracht van mijn kind ziet de diabeteszorg niet goed zitten. Wat kan ik doen?
Vaak zijn leerkrachten niet zo goed vertrouwd met diabetes en schrikt de vraag hen daarom af. Ze willen wel, maar durven het niet goed aan. Belangrijk is dat ze goed geïnformeerd worden over diabetes zelf en over hetgeen van hen verwacht wordt. Dat vraagt natuurlijk wel wat voorbereiding. Veel hangt ook af van je kind zelf. Hoe gaat hij/zij met zijn diabetes om? Wat kan hij zelf? Voelt hij een hypo aankomen? Is hij wat verlegen of eerder een open boek?
Als je kind bij de kinderconventie aangesloten is, zal de diabeteseducator zeker bereid zijn om de school, de leerkracht en de mede-leerlingen te informeren en te begeleiden. Dit kan ervoor zorgen dat de leerkracht toch de zorg gedeeltelijk op zich durft te nemen. Misschien kan ook een verpleegkundige op de school de zorg mee in handen kan nemen? Eventueel kan er ook een thuisverpleegkundige (tijdelijk) ingeschakeld worden die de leerkracht ondersteunt.
Ook als ouder kan je de leerkracht (mee) informeren. Jij kent je kind immers door en door en de diabeteszorg is je zeer vertrouwd. Een gesprek met de betreffende leerkracht kan heel wat verduidelijken en een goede band scheppen. Vergeet bij het informeren zeker de turnleerkracht niet en eventueel ander schoolpersoneel waarmee je kind in contact komt.
Open communicatie en samenwerking zorgen ervoor dat niemand het gevoel heeft er alleen voor te staan. De familie is bereikbaar, medische hulp is mogelijk en uw kind heeft ongetwijfeld zelf ook een grote inbreng. Maak samen afspraken rond: vieruurtje, schoolreizen, sport, … zodat iedereen weet hoe te reageren in elke situatie. Het is ook goed om afspraken te maken rond de beschikbaarheid van een glucagonspuit en de toediening ervan in geval van nood.
In de brochure “kinderen met diabetes” van de Vlaamse Diabetes Vereniging is heel wat extra informatie terug te vinden.
Bij vragen kan je ook steeds contact opnemen met de Diabetes Infolijn.
(Tel 0800/96 333 of mail infolijn@diabetes.be)
Aan wat moet je denken bij het uitgaan?
Vele jongeren op de universiteit en hogeschool zijn deze maand opnieuw begonnen aan hun studentenleven. Naast studeren en examens, maken uiteraard ook het kotleven en uitgaan deel uit van deze periode.
Uitgaan hoort er zeker bij, dansen is immers ontspannend en zorgt voor extra lichaamsbeweging. Door het energieverbruik eet je best extra koolhydraten om hypo’s te voorkomen. Koolhydraten onder de vorm van alcohol is hier niet de beste oplossing, een pintje drinken kan (1 consumptie voor vrouwen, 2 voor mannen) maar overdrijf dit niet. Eet hier zeker iets bij, een boterham is een gezonde oplossing, maar een pakje frieten behoort ook tot de mogelijkheden! Verwittig ook je vrienden zodat zij je zeker kunnen waarschuwen indien je de zelf de hyposignalen even niet meer opmerkt. Een absolute aanrader is zeker je bloedsuikerspiegel nog even controleren voor het slapen gaan en zo nodig extra koolhydraten innemen.
Drugs zorgen misschien voor kortstondige ontspanning, maar zijn levensgevaarlijk voor mensen met diabetes. Je kan er nonchalant van worden of onverschillig, geen goede combinatie met diabetes.
Ga gerust uit je dak, maar wees zuinig met je gezondheid!
Meer informatie over het kotleven: zie Diabetes Info 5 2008
Wat moet je doen wanneer je een hypo minder aanvoelt?
Bij langer bestaande diabetes of bij scherpe glycemieregeling kunnen de alarmtekenen minder uitgesproken zijn of treden ze slechts op bij lagere bloedsuikerwaarden. Waarschijnlijk ontstaat het verminderd hypogevoel wanneer de hersenen door herhaalde hypo’s wat gewoon worden aan lagere bloedsuikerwaarden.
Bij een dalende bloedsuiker komen een aantal processen op gang ter hoogte van de hersenen. Het zenuwcentrum zendt signalen uit naar de zenuwbanen. Door het activeren van deze zenuwbanen, worden een aantal signalen gegeven aan het lichaam. Zweten, beven en hartkloppingen zijn de typische lichaamssignalen (zenuwtekenen). Wanneer de bloedsuiker nog verder daalt, komt er een tekort aan suiker ter hoogte van de hersenen. Dit uit zich als troebel zicht, concentratiestoornissen, hoofdpijn, duizeligheid, slecht humeur of agressie en bij verder dalende bloedsuiker tot bewusteloosheid (hersentekenen). In principe voel je dus eerst de ‘zenuwtekenen’ en pas als de bloedsuiker verder daalt de ‘hersentekenen’.
Door herhaalde hypo’s kan het gebeuren dat de zenuwbanen later geactiveerd worden. De alarmtekenen zullen dan pas ontstaan bij lagere en lagere waarden, totdat ze uiteindelijk later voorkomen dan de ‘hersentekenen’.
Om een verminderd hypogevoel te voorkomen is het belangrijk herhaalde en diepe hypo’s te voorkomen. Op die manier voorkom je dat de zenuwbanen later geactiveerd worden en minder of late signalen uitzenden. Indien je een bloedsuikerwaarde van 60 mg/dl meet, moet je dan ook onmiddellijk ingrijpen door snelwerkende suikers in te nemen. Uitstellen heeft geen zin want dit brengt het alarm niveau omlaag en kan je hypo-gevoel nadelig beïnvloeden.
Bij een verminderd hypogevoel is het gedeeltelijk herwinnen van een hypogevoel dikwijls mogelijk a.d.h.v. trainingen. Het doel van de cursus is vaardigheden te ontwikkelen om signalen van extreme bloedglucosewaarden te herkennen of te voorspellen. Voor meer informatie over deze trainingen kan je terecht bij je diabetesteam of in het UZ Brussel want ook dit najaar organiseert het ziekenhuis een 'hypoglycemie preventie training' (02/477.61.11).
Je kan een aantal vuistregels in acht nemen om hypo’s te voorkomen.
- Een gezond tussendoortje, bestaande uit koolhydraten, voorzien bij extra lichaamsbeweging.
- Bij insulinebehandeling kan de insulinedosis verlaagd worden bij extra beweging. Het aantal eenheden waarmee je aanpast hangt af van gebruikelijke insulinedosis, tijdstip en de aard van de geplande inspanning. Dit bespreek je best met je diabetesteam.
- Stel een maaltijd niet te lang uit.
- Vermijd alcoholverbruik buiten de maaltijd.
- Streef geen extreem scherpe glycemieregeling na.
Hoe veilig is Stevia?
Stevia rebaudiana Bertoni of Honingkruid is een opvallend zoet kruid. Bij de Guarany indianen in Paraguay en Brazilië is het plantje al eeuwen gekend om de zoete smaak van de blaadjes en wordt het gebruikt in de voeding. Het product wordt ook in Korea, Maleisië en Japan officieel gebruikt als zoetstof met laag caloriegehalte. Ook in de Verenigde Staten is stevioside erkend, weliswaar enkel als voedingssupplement en niet als zoetstof. Om er goedgekeurd te worden door de Food and Drug Administration zijn er in de Verenigde Staten strenge voorwaarden, waar stevioside voorlopig niet aan voldoet. In Europa, dus ook in België, is er eveneens nog geen erkenning voor deze zoetstof. Dit betekent dat stevioside als plantenextract niet mag verkocht worden voor voedselconsumptie. De verkoop van de steviaplantjes is echter wel toegelaten.
Als diabetesvereniging zijn we natuurlijk ook extra alert op de veiligheid van dit zoetmiddel. Stevioside heeft geen invloed op de bloedsuikerspiegel, maar of het op lange termijn veilig is voor de gezondheid, is onvoldoende gekend. We wachten op een positief advies van de Europese Unie, die in 2000 besliste dat dit product nog onvoldoende gekend is om als voedingsadditief toegelaten te worden Intussen is de EU wel bezig met een dossierstudie.
Hoelang het nog duurt voraleer er een goedkeuring komt, is moeilijk te zeggen. Als het om veiligheid gaat, kan men niet zeker genoeg zijn. JECFA (Joint Expert Committee on Food Additives van de WHO) heeft ondertussen in juni 2004 een voorlopige ADI van 2 mg steviolequivalenten per kg lichaamsgewicht goedgekeurd.
Een erkenning van stevioside zou voor mensen met diabetes uiteraard een mooie uitbreiding vormen binnen het gamma van reeds erkende suikervervangers!
2008! Een nieuw jaar! Daar klinken we op! Kan dit als je diabetes hebt?
De eindejaarsfeesten komen dichterbij en dit is voor velen een reden om te toasten op het nieuwe jaar. Mensen met diabetes hoeven zeker geen geheelonthouder te zijn, maar houden best wel rekening met een aantal zaken:
- drink met mate (1 tot 2 alcoholconsumpties per dag).
- kies voor minder zoete varianten zoals sherry droog, champagne brut, schuimwijn brut, droge witte wijn, rode wijn,… Zoete varianten zijn likeuren, zoete wijn, cream sherry,…
- alcoholvrije biersoorten bevatten wel minder alcohol, maar hebben vaak een hoger koolhydraatgehalte. Daarom zijn ze niet vrij te gebruiken. De hoeveelheid koolhydraten dient verrekend te worden in het dagtotaal.
- suikervrij bier bevat geen koolhydraten, maar wel evenveel alcohol. Dus evenmin vrij te gebruiken.
- combineer een glaasje alcohol steeds met een koolhydraatrijke snack- of maaltijd. zorg steeds dat je druivensuiker bij de hand hebt. Alcohol is immers een belangrijke oorzaak van onverwachte hypoglycemieën.
- controleer je bloedsuikerspiegel voor het slapengaan en eet een koolhydraatrijke snack indien nodig, om laattijdige hypo’s tijdens de nacht te voorkomen.
Meer informatie over het koolhydratengehalte van alcoholsoorten, kan je terugvinden in Diabetes Info nr. 6 2007.
Op uw gezondheid en denk eraan: glaasje op laat je rijden…
Hoe kan ik een insulinepen verkrijgen?
Voor het aanvragen van een insulinepen, dient de arts (huisarts, specialist) een aanvraag te doen bij de firma. Het voorschrift dient doorgefaxt te worden naar de desbetreffende firma. De firma stuurt dan de pen gratis op naar de arts, waar je de pen kan gaan afhalen.
Bestaan er glucosemeters die kunnen ingeplant worden?
Neen, er bestaan geen meters die ingeplant kunnen worden. Er zijn wel toestellen voor continue glucosemonitoring op de markt waarbij een sensor gedurende enkele dagen onderhuids worden ingeplant.
Er zijn momenteel in België twee continu glucosemonitoring toestellen beschikbaar: de Guardian RT van de firma Minimed en het GlucoDay toestel van de firma Menarini. In Amerika is er recent een meettoestel (Dexcom) op de markt gekomen dat de glycemie (via een sensor onder de huid) gedurende drie dagen continu meet. Het gemeten signaal wordt draadloos naar een toestelletje gezonden, zodat de patiënt de glycemie on-line kan aflezen. Dergelijke toestellen worden momenteel enkel gebruikt binnen een ziekenhuis.
Er bestaat ook een insulinepomp met een continue glucosemonitoring (Paradigm Real Time Insulinepomp van de firma Medtronic). Deze insulinepomp is in Nederland verkrijgbaar. Deze wordt momenteel niet terugbetaald.
Meer over deze techniek kan je nalezen in Diabetes Info nr.1/2008
Hoe kan ik een diabetespas aanvragen?
De diabetespas kan je aanvragen via een aanvraagformulier. De huisarts of je behandelende endocrinoloog (specialist in de diabeteszorg) mag dit invullen. Dit formulier geef je af aan je mutualiteit en zij bezorgen je dan een diabetespas. Het aanvraagformulier kan je afprinten van deze website via het tabblad ‘diabetespas’.
Mag ik aardbeien eten als ik diabetes heb?
Ja, je mag dit eten want net zoals de andere fruitsoorten is dit een bron van vitaminen, mineralen, voedingsvezels en andere bio-actieve stoffen die het lichaam nodig heeft om goed te functioneren. Naast deze stoffen levert fruit uiteraard ook suikers.
De portie grootte die je van een bepaalde fruitsoort mag eten is afhankelijk van de hoeveelheid suikers, dat het fruit bevat. Hoe meer suikers , hoe kleiner de portie. Het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Hoe minder suikers een bepaalde fruitsoort bevat, hoe groter de portie wordt, die je kan gebruiken. Aardbeien smaken wel zoet maar bevatten minder koolhydraten dan bijv. een appel. 250 g aardbeien (een klein bakje) is gelijk aan één koolhydraatportie fruit ( = 12,5 g koolhydraten). 125 g appel (een kleine) is eveneens gelijk aan 1 koolhydraatportie fruit.
De actieve voedingsdriehoek raadt aan om dagelijks 2 tot 3 porties fruit te gebruiken. Bespreek met je diëtist op welk tijdstip van de dag je het fruit het best kan eten. Dit is namelijk afhankelijk van het werkingsprofiel van de medicatie of insuline. De ene persoon eet het fruit best in combinatie met de maaltijd, de andere gebruikt het beter als tussendoortje. Koop bij voorkeur seizoensgebonden fruit. Het heeft een hogere voedingswaarde en is voordeliger voor je portemonnee. De ideale periode voor aardbeien is mei, juni en juli. Het aanbod van fruit is groot. Wissel voldoende af en eet elke dag meer dan één soort fruit, zodat je alle voedingsstoffen kan benutten.
Meer informatie over fruit kan je lezen in Diabetes Info nr. 3 mei-juni 2007
Beïnvloedt stress mijn suiker tijdens mijn examenperiode?
De examens staan weer voor de deur en bezorgen veel studenten heel wat stress. Studenten met diabetes hebben tijdens deze periode dan ook vaak last van een ontregelde bloedsuiker. Verschillende zaken kunnen hierbij een rol spelen.
Ten eerste komen er in geval van stress ‘stresshormonen’ vrij zoals adrenaline die de diabetesregulatie kunnen verstoren. Ten tweede zorgt de gewijzigde levenstijl tijdens deze periode voor een minder gezond voedingspatronen, minder fysische activiteit en een meer nonchalante zelfzorg. Stress kan ook een negatieve impact hebben op de stemming en aldus de gedragingen verstoren die belangrijk zijn voor het managen van de diabetes. Vaak reageren mensen stress af door meer te eten, te drinken of te roken. Deze ongezonde gewoonten zijn voor niemand goed. Het is dus belangrijk om stress op een andere manier af te reageren, zeker als diabetes hebt, zodat je glycemiecontrole zo weinig mogelijk wordt beïnvloed.
Enkele tips die je door de examens heen kunnen helpen
- Formuleer realistische verwachtingen zodat je prestatiedwang vermindert.
- Blijf gemotiveerd als een examen minder goed ging.
- Wees tijdig en goed voorbereid.
- Gun jezelf de nodige pauzes. Zorg bovendien voor een ontspannen sfeer tijdens deze vrije momenten.
- Zorg voor voldoende slaap: tijdens de nachtrust slaat het geheugen immers de leerstof op.
- Zorg voor een gezonde en gevarieerde voeding.
- Breng tijdens de examenperiode leerkrachten, directie en / of je medestudenten op de hoogte van je diabetes (indien nodig, mogen eten tijdens het examen,…).
- Neem zelf het initiatief om tijdig hulp en ondersteuning te vragen als je zelf je diabetes minder goed geregeld krijgt. Hiervoor kan je ten allen tijde terecht bij je diabetesteam.
Hoe bewaar ik het best mijn insuline tijdens de zomermaanden?
Insuline is heel gevoelig voor temperatuur. Daarom is het nodig om insuline te beschermen tegen direct daglicht en tegen hoge temperaturen.
- Insuline wordt het best bewaard in de koelkast (tussen 2 en 8°C).
- Insuline die in je pen zit, kan 4 tot 6 weken veilig bewaard worden op kamertemperatuur (<25°C).
- Tijdens een uitstap of een vakantie kan je de insuline best bewaren in een isolerend doosje van piepschuim, een koeltasje (bijv. een Frio-Tas), een vooraf gekoelde thermosfles of een frigobox. Je legt de insuline best niet op de hoedenplank of op het handschoenkastje van de auto want daar kan het heet worden.
- Insuline die tijdens de vakantie blootgesteld werd aan hoge temperaturen, kan je best niet meer gebruiken.
- Na de vakantie vervang je best de aangeprikte flacon.
Indien je deze voorzorgen niet neemt, kan de werking van insuline sterk afnemen, wat zal leiden tot schommelingen in de bloedsuikerspiegel.
Strengere luchthavencontroles. Waar moet ik op letten?
Sinds november 2006 zijn striktere veiligheidsmaatregelen van kracht op de luchthavens van de Europese Unie en enkele andere Europese landen, in navolging van Canada en de USA, omtrent het meenemen van vloeistoffen aan boord van vliegtuigen.
Concreet betekent dit dat de inhoud van flesjes, blikjes en dergelijke beperkt is tot maximum 100 ml per recipiënt. Bovendien moet iedere vloeistof, gel, pasta aan de security-check getoond worden in een doorzichtig plastic zakje met een inhoud van maximum 1 liter.
De beperkingen van recipiënten van max. 100ml in een hersluitbare plastic zak met een totaal van max. 1l gelden namelijk niet voor persoonlijke geneesmiddelen (op voorwaarde dat je kan aantonen dat je ze nodig hebt, met bijvoorbeeld een ingevulde security declaration uit de diabetespas of een doktersvoorschrift). Al deze vloeistoffen komen bovenop de hoeveelheden vloeistoffen die in een hersluitbare plastic zak worden verpakt.
Frisdranken (in flesjes of blikjes die een inhoud hebben van meer dan 100ml) mogen niet meegenomen worden. Neem dus druivensuiker mee om eventuele hypo's op te vangen. Er kunnen wel frisdranken en dergelijke aangekocht worden in de verkooppunten gelegen voorbij de security-check of op het vliegtuig zelf.
Deze informatie is ook terug te vinden op de website van Buitenlandse Zaken: http://www.diplomatie.be/nl/travel/newsflash.asp
Vraag zeker je arts om een medisch attest in te vullen waarop duidelijk te lezen staat dat je om medische redenen bepaald materiaal bij je hebt. Laat ook de juiste omschrijving van het gebruikte materiaal (insulinepen, bloedglucosemeter, insuline, naalden, pomp, GlucaGen® Hypokit,…) op het attest vermelden. Dit attest (Security declaration) kan je achteraan vinden in de diabetespas en is zeker aangewezen bij vliegtuigreizen en douanecontroles.
Hebben warme temperaturen invloed op mijn bloedsuiker?
Warme zomerse temperaturen kunnen er voor zorgen dat de bloedsuiker-spiegel ernstig ontregeld wordt. Als reactie op de temperatuursverhoging openen de bloedvaten in de huid zich om meer vocht te kunnen verdampen en op die manier lichaamswarmte kwijt te spelen. Daardoor komt de onderhuids ingespoten insuline sneller in de bloedbaan, waardoor het gevaar op een hypo kan toenemen. Dat gevaar dreigt helemaal wanneer men op vakantie meer lichamelijke inspanningen levert. Bovendien zorgt minder stress (vakantie en ontspanning) ook voor een bloedsuikerverlagend effect. Vaker de bloedsuikerspiegel controleren is dus zeker aangewezen! Preventief kan men hypoglycemieën voorkomen door meer koolhydraten te eten/drinken en of minder insuline toe te dienen. Bij frequent voorkomen van hypo’s kan de behandeling tijdelijk aangepast worden in overleg met de behandelende arts.
Hoe kan ik een insulinepen aanvragen?
Vaak krijgen we via de Diabetes Infolijn de vraag waar iemand een insulinepen kan aankopen of verkrijgen. Wanneer iemand met insuline wordt opgestart stelt de firma van dewelke de insuline wordt voorgeschreven (Novo Nordisk, Eli Lilly, Sanofi-aventis) altijd een insulinepen gratis ter beschikking voor de persoon in kwestie. De naaldjes voor de insulinepennen dienen steeds door de patiënt zelf aangekocht te worden, hetzij via de plaatselijke verkooppunten of het secretariaat van de VDV, hetzij via de apotheek. Voor dergelijk materiaal wordt geen directe tegemoetkoming voorzien.
Het aanvragen van een insulinepen, gebeurt als volgt:
Bij de firma Eli Lilly:
De arts of apotheker vraagt de pen telefonisch aan of faxt een voorschrift door naar:
Tel. insulineafdeling: 02/548 84 94
Fax: 02/548 84 99
Bij de firma Novo Nordisk:
De arts faxt een voorschrift door naar:
Fax 02/556 06 06
Tel 02/556 06 07
Bij de firma Sanofi-aventis:
De arts, apotheker of patiënt zelf vraagt een pen aan, mits een voorschrift van de desbetreffende insuline.
Tel 0800/57 039
Kan een persoon met diabetes bloeddonor zijn?
Of iemand met diabetes bloed kan geven is afhankelijk van zijn behandeling.
Meestal worden mensen met diabetes die behandeld worden met tabletten wel toegelaten, mits ze in goede gezondheid verkeren. Een bloedgift van goede kwaliteit moet minstens 40 gram hemoglobine bevatten. Om dit minimum te halen, wordt minimaal 400 ml bloed afgenomen. Omwille van leeftijd, lengte of lichaamsgewicht is het voor sommige personen niet aangewezen om 400 ml bloed te geven. Daarom komen zij niet in aanmerking als donor. Uiteraard moet een medische vragenlijst ingevuld worden voor de bloedafname. De antwoorden op deze vragenlijst worden besproken met de aanwezige arts.
Personen die insuline inspuiten worden niet aanvaard als bloeddonor omwille van hun eigen veiligheid. Sommige mensen kunnen last hebben van 'syncope' (lichte of ernstige bewustzijnsdaling) tijdens de bloedafname. Dit in combinatie met eventuele te lage bloedsuikers (hypoglycemie) kan de veiligheid, van zowel de donor als het centrum, in het gedrang brengen.
Tussenkomst orthopedische en semiorthopedische schoenen
Er wordt tussenkomst voorzien zowel voor orthopedische als semiorthopedische schoenen voor ieder persoon met diabetes
Procedure tussenkomst orthopedische schoenen
Persoon met diabetes
+ definitief verworven gewrichtsinsufficiëntie en misvorming voet, enkel
+ amputatie 2 tenen of grote teen
+ verschil in beenlengte van 3 cm
Op voorschrift van een orthopedisch- of vaatchirurg, revalidatiearts, reumatoloog, neuroloog. De orthopedist werkt samen met een orthopedisch technicus die de schoenen maakt. Aanvraag indienen bij het ziekenfonds.
Goedkeuring adviserend geneesheer.
< 18 jaar: 1 paar per 9 maanden
18-65 jaar: 1 paar per jaar
> 65 jaar: 1 paar per 2 jaar
Tussenkomst afhankelijk van de pathologie
Procedure tussenkomst semiorthopedische schoenen
Iedere diabeet
Op voorschrift van een orthopedisch- vaatchirurg, revalidatiearts, reumatoloog, neuroloog
Opleg: +/- 60 euro
Semi-orthopedisch: te koop in gespecialiseerde winkels.
(Opnieuw) onrust over aspartaam?
Momenteel worden via e-mail berichten verspreid over de ‘giftigheid’ van aspartaam. Wat is feit en wat is fictie? We zetten alles eventjes op een rijtje.
Wat is aspartaam?
Aspartaam behoort tot de groep van zoetstoffen die geen of verwaarloosbare energie leveren en geen invloed hebben op het bloedsuikergehalte. In het lichaam wordt aspartaam afgebroken tot asparaginezuur, fenylalanine en een kleine hoeveelheid methanol.
Is aspartaam veilig?
In 1981 werd na grondige analyse van wetenschappelijke studies aspartaam goedgekeurd voor gebruik in voeding door de Amerikaanse Food And Drug Administration (FDA) en het Europese Voedselagentschap (EFSA). Ook de het Franse AFFSA (Agence Française de Sécurité Sanitaire des Aliments) en het Wetenschappelijke Comité voor Menselijke Voeding (CSAH, Comité Scientifique pour l’alimentation Humaine) van de Europese Commissie besloten in 2002 dat aspartaam volledig veilig is, mits de ADI-waarde (Aanvaardbare Dagelijkse Dosis) niet overschreden wordt. Toch komt aspartaam met de regelmaat van de klok opnieuw onder vuur te liggen. Zo werden eind 2005 de resultaten bekend gemaakt van een Italiaanse studie die zou ‘bewijzen’ dat aspartaam kankerverwekkend is. Men stelde bij ratten namelijk een verhoogd voorkomen van bepaalde kankers vast na toediening van aspartaam. De EFSA heeft deze resultaten onderzocht en in november 2005 opnieuw uitdrukkelijk bevestigd dat aspartaam een volstrekt veilig product is.
Voor wie zeker geen aspartaam?
Een uitzondering op deze regel geldt voor personen met fenylketonurie, een erfelijke en uiterst zeldzame stofwisselingsziekte. Deze mensen mogen geen producten gebruiken die fenylalanine bevatten, dus ook geen vlees of melkproducten. Op de verpakking van producten met aspartaam staat dan ook steeds vermeld ‘bevat een bron van fenylalanine’.
Het "methanolverhaal"
Volgens het artikel dat per mail verstuurd wordt, zou aspartaam gevaarlijk en giftig zijn voor mensen met diabetes. Het veroorzaakt dan diverse soorten van hersenbeschadiging, infarcten, depressie, oncontroleerbare woede-aanvallen, … De kleine hoeveelheid methanol die ontstaat bij de afbraak van aspartaam, zou verantwoordelijk zijn voor de ‘giftigheid’. Het is echter voor een mens onmogelijk om ooit voldoende voedingsmiddelen met aspartaam te consumeren om de negatieve effecten verbonden aan het binnenkrijgen van een grote hoeveelheid pure methanol te ervaren. Er is berekend dat iemand die 60 kg weegt, meer dan 12,5 liter Cola light per dag moet drinken om een toxisch effect te bekomen. In normale omstandigheden wordt aanbevolen om 1,5 liter water te drinken. Water is de basis. Koffie, thee, light frisdranken kunnen ter afwisseling gedronken worden. Methanol komt ook voor in vruchtensappen via pectine. Wanneer je een glas vruchtensap drinkt neem je meer methanol in dan wanneer je een glas light frisdrank drinkt.
Geniet, maar met mate…
Op dit moment geldt nog steeds de ADI-norm van 40 mg / kg lichaamsgewicht. In dit cijfer is reeds een stevige veiligheidsmarge ingebouwd, waardoor het overschrijden van de aanvaardbare dagelijkse hoeveelheid zeer moeilijk of zelfs onmogelijk is. Een persoon van 60 kg mag volgens deze norm 2400 mg aspartaam per dag nuttigen. Eén liter Cola Light bevat 240 mg aspartaam. Dit wil zeggen dat deze persoon meer dan 10 liter van deze frisdrank zou moeten drinken om de ADI te overschrijden. Bij kinderen, met een veel lager lichaamsgewicht, ligt deze dagelijkse inname heel wat lager dan bij volwassenen. De consumptie van suikervrije dranken dient dan ook beperkt te worden bij deze groep. Kinderen mogen bijvoorbeeld dagelijks 0,5 liter suikervrije frisdrank drinken, andere bronnen zoals yoghurt, platte kaas,… niet meegerekend. Uit onderzoek is gebleken dat de gemiddelde dagelijkse inname bij de doorsnee bevolking 2 tot 3 mg/kg bedraagt. De hoogste waarden die werden gemeten situeren zich tussen 7 en 10 mg. Hieruit blijkt dus dat onze dagelijkse inname duidelijk lager is dan de norm die vandaag geldt. Er is dus geen reden tot paniek.
Heeft een kind met diabetes recht op verhoogde kinderbijslag?
Vroeger konden kinderen met diabetes slechts aanspraak maken op een verhoogde kinderbijslag op het moment dat er sprake was van 66% invaliditeit. Dit is nu niet langer het geval; voor alle kinderen tot de leeftijd van 21 jaar, wordt voor deze toekenning een drie pijlersysteem gehanteerd.
Wat meten deze pijlers?
-
De eerste pijler omvat het percentage mentale en fysieke ongeschiktheid van het kind.
-
De tweede pijler kijkt naar de gevolgen op het vlak van de activiteit en de participatie van het kind.
-
De derde pijler houdt rekening met de gevolgen voor de familiale omgeving.
Per pijler worden de gevolgen uitgedrukt in een aantal punten. Een kind heeft recht op een toeslag als het ofwel minstens 6 punten heeft voor de 3 pijlers samen, ofwel minstens 4 punten heeft voor de 1e pijler.
Indien u denkt dat uw kind in aanmerking komt voor deze verhoogde bijslag dan kan u zich richten tot uw kinderbijslagfonds om de nodige documenten op te vragen. Het kinderbijslagfonds zal u 3 formulieren opsturen:
-
Het administratief formulier dat reeds door hen werd ingevuld
-
Het formulier met medische inlichtingen: in te vullen door de behandelende geneesheer. (beschikbare verslagen bijvoegen)
-
Een vragenlijst voor de familie (medisch-sociaal formulier): in te vullen door het gezin eventueel met hulp van arts, sociaal assistent,…
Deze bundel stuurt u door naar:
Dienst attesten (verhoogde kinderbijslag) Bestuursdirectie
Zwarte Lievevrouwestraat 3C
1000 BRUSSEL
Later wordt u door de geneesheer uitgenodigd voor een onderhoud en een medisch onderzoek.
Welke reisbijstandsverzekering kan u me aanraden?
Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden, want is afhankelijk van het soort reis dat u plant. Reist u alleen, met het hele gezin, gaat u 1 x per jaar op reis of plant u meerdere trips? Afhankelijk van deze alternatieven kan u kiezen voor een jaarpolis of een tijdelijke reisbijstandsverzekering.
De meeste mensen hebben via de mutualiteit de gratis reisbijstandsverzekering van Eurocross. Deze is inbegrepen in de aanvullende verzekering van het ziekenfonds, maar biedt enkel dekking op het medische vlak.
Wat hierop een goede aanvulling is, is een volledig reisbijstand voor voertuigen en een niet-medische bijstand aan personen (bv “zorgeloos in het buitenland” van DVV of een waarborg a la carte via Elvia Mondial Assistance).
Indien u reist naar een land (bv Japan, Australië,VS,..) dat met België geen verdrag heeft gesloten inzake geneeskundige verzorging kan de medische rekening heel hoog zijn, hier is een reisbijstandsverzekering via de private verzekeraars zeker aan te raden.
Indien u lid bent van de Vlaamse Diabetes Vereniging kan u ook terecht bij Inter Partner Assistance, zij bieden een reisbijstandverzekering aan waarbij diabetes niet uigesloten is. Indien u meer informatie wenst, kan u contact opnemen met Assudis op het nummer 02/247.77.10 of via e-mail info@assudis.be.
Lees altijd zorgvuldig de voorwaarden van het contract alvorens u het afsluit; zo komt u niet voor verrassingen te staan. Contracten die de uitsluiting “bestaande ziektes” bevatten dient u te mijden, omdat dit een vaag begrip is dat vaak aanleiding geeft tot discussies.
Hoe bewaar ik het best mijn insuline tijdens de warme zomerdagen?
Insuline is heel gevoelig voor temperatuursschommelingen. Daarom is het nodig om insuline te beschermen tegen direct daglicht en te hoge of te lage temperaturen.
-
Je insulinereserve bewaar je het best in het groentevak of de deur van de koelkast (tussen 2 en 8°C).
-
De insuline in je insulinepen, kan 4 tot 6 weken veilig bewaard worden op kamertemperatuur (<25°C).
-
Tijdens een uitstap of een vakantie kan je de insuline best bewaren in een isolerend doosje van piepschuim, een koeltasje (bijv. een Frio-tas), een vooraf gekoelde thermosfles of een frigobox, weliswaar niet in de nabijheid van het koelelement.
-
Je legt de insuline best niet op de hoedenplank of op het handschoenkastje van de auto want daar kan de temperatuur heel hoog oplopen.
-
Insuline die tijdens extreem warme dagen werd blootgesteld aan hoge temperaturen, kan je beter niet meer gebruiken. Vervang het patroon of gebruik een nieuwe flacon.
Indien je deze voorzorgen niet neemt, kan de werking van je insuline verminderen, wat zal leiden tot schommelingen in de bloedsuikerspiegel.
Kan ik een terugbetaling krijgen voor podoloog en/of diëtist binnen een zorgtraject?
Ook binnen het zorgtraject voor diabetes zijn er terugbetalingsmodaliteiten voorzien voor podoloog en/of diëtist, vergelijkbaar met deze binnen de diabetespas:
- er is een tussenkomst voor twee sessies van min. 45 min bij een erkend podoloog per kalenderjaar. Binnen het zorgtraject komen alle risicogroepen van de diabetesvoet in aanmerking, dit in tegenstelling tot de diabetespas, waarbij enkel type 2b en 3 in aanmerking komen. De verschillende risicogroepen voor diabetesvoet zijn:
-
groep 1 (verlies van gevoeligheid in de voet, op voorwaarde dat dit blijkt uit een 10g-monofilament)
-
groep 2a (lichte orthopedische misvormingen zoals prominente metatarsaalkoppen met minimale eelten en/of soepele hamer- of klauwtenen en/of beperkte hallux valgus < 30°)
-
groep 2b (ernstiger orthopedische afwijkingen)
-
groep 3 (vaatlijden of vroegere voetwonden of amputatie of Charcot)
en
- er is een tussenkomst voor twee sessies van min. een half uur voedingsadvies bij een erkend diëtist per kalenderjaar. Deze sessies worden gedeeltelijk terugbetaald door de mutualiteit. Als patiënt betaal je hiervoor enkel het remgeld, net als bij de diabetespas.
Wat moet ik doen als ik ziek ben?
De winter is in aantocht. Dit betekent dat ook de winterinfecties terug hun intrede doen. Ook al ben je gevaccineerd tegen de seizoensgriep dan nog maak je kans op andere winterinfecties. Vaak worden ze veroorzaakt door virussen die vooral bij fris en vochtig weer de ademhalingswegen aantasten en infecties veroorzaken. Wanneer je diabetes hebt, kunnen dergelijke infecties je diabetes ontregelen.
Volgende tips kunnen je in deze situaties een houvast geven:
-
Stop nooit je medicatie en/of insuline bij ziekte, zelfs wanneer je geen honger hebt of misselijk bent.
-
Meet extra vaak je bloedsuiker.
-
Probeer zo normaal mogelijk te eten. Lukt dit niet vervang de maaltijden dan door licht verteerbaar voedsel (beschuit, yoghurt,…) of gebruik wanneer je bloedsuikerwaarden te laag zakken, met tussenpozen, gezoete dranken.
-
Pas indien nodig je insulinedosis aan, volgens uw persoonlijk aanpassingsschema.
-
Gebruik je geen insuline, dan kan je bij hoge waarden niet zomaar je medicatie opdrijven. Neem daarvoor eerst contact op met je arts.
-
Drink voldoende, zeker wanneer je koorts hebt. Drink minstens 2 liter vocht onder vorm van water, bouillon, thee, …
-
Neem voldoende rust.
-
Neem contact op met je huisarts in volgende gevallen: bij braken, bij aanhoudende hoge glucosewaarden, bij verslechtering van je algemene conditie, indien je ongerust bent en denkt advies nodig te hebben.
Is het aangepast rijbewijs voor mensen met diabetes altijd gratis?
Onlangs werd een nieuwe rijbewijsfolder van de VDV voorgesteld. Deze folder bestaat uit een brochure bestemd voor de arts en een stappenplan dat de arts op zijn beurt kan overhandigen aan zijn patiënten met diabetes.
Naar aanleiding van dit stappenplan ontstond er echter een misverstand. Als gevolg hiervan gaat men er nu vaak van uit dat iedereen met diabetes die zijn rijbewijs laat aanpassen dit kosteloos kan doen. Tot onze spijt is dit echter niet het geval. Mensen die voor het eerst een rijbewijs met beperkte duur aanvragen dienen nog steeds €11 retributiekost te betalen. Pas op het ogenblik dat het medisch rijbewijs, na 3 of 5 jaar, opnieuw moet verlengd worden valt deze kost weg. Dit geldt enkel voor mensen met een rijbewijs groep 1 of mensen die een aanpassing via CARA nodig hebben niet voor mensen die een professioneel rijbewijs aanvragen.
Via het internet ontdekte ik 'nopal'. Mag ik dit aankopen?
Nopal is de naam voor de vruchtjes en/of producten gemaakt van enkele soorten Zuid-Amerikaanse schijfcactussen. Nopal is vooral erg populair in Mexico, waar het onder andere ook wordt voorgeschreven aan mensen met diabetes, omdat het een gunstig effect zou hebben op de bloedsuikerspiegel.
Aan Nopal worden allerlei gezondheidsclaims toegeschreven, met name op verschillende internetsites die Nopal in poeder of capsulevorm aanbieden. Een groot deel van die claims is echter niet beschreven in de wetenschappelijke literatuur. Deze verkoop is niet aan regels onderworpen, wat misbruik heel makkelijk maakt. De kans dat je producten toegestuurd krijgt die niet zuiver zijn, een lagere dosering hebben of helemaal niets van de ‘heilzame’ stoffen, aangegeven op de verpakking, bevatten is zeer reëel. De aankoop van dergelijke producten via internet is dus niet aan te bevelen.
Surf dus niet met je gezondheid en neem een kijkje op de website http://www.geneesmiddelen-via-internet.be/nl/ voor meer informatie!
Indien je het gebruik van een dergelijk voedingssupplement overweegt, vraag hierover dan eerst advies aan je arts of apotheker en koop ze steeds aan via een legale weg zoals de apotheek.
Heb ik een attest nodig wanneer ik op vakantie vertrek?
Een medisch attest ingevuld door je arts is zeker aangewezen bij vliegtuigreizen en douanecontroles. Hierop moet duidelijk te lezen staan dat je om medische redenen bepaald materiaal bij je hebt.
Laat ook de juiste omschrijving van het gebruikte materiaal (insulinepen, bloedglucosemeter, insuline, naalden, pomp, GlucaGen® Hypokit,…) op het attest vermelden. Dit attest kan je achteraan vinden in de diabetespas of downloaden via dezelink.
Andere documenten die nuttig kunnen zijn tijdens het reizen, zijn:
-
Europese Ziekte Verzekeringskaart
-
Extra voorschriften voor insuline en/of andere medicatie. Vraag aan je arts om op het voorschrift de chemische naam te vermelden en niet de handelsnaam want deze kan van land tot land verschillen.
-
Attest met korte medische voorgeschiedenis of je diabetespas
-
Documenten reisbijstandsverzekering
-
Contactgegevens behandelende arts, verzekering, diabetescentrum in de buurt waar je op vakantie gaat,…
-
Diabetes-identiteitskaartje
Hoe bescherm ik mijn insuline tegen de warmte?
Aangezien insuline licht- en temperatuursgevoelig is, moet het op de juiste manier bewaard worden om een optimale werking te garanderen.
Enkele tips kunnen daarbij helpen:
-
Onaangebroken flacons worden optimaal bewaard in de koelkast (tussen 2 en 8°C).
-
Insuline die in je pen zit, kan 4 tot 6 weken veilig bewaard worden op kamertemperatuur (<25°C).
-
Tijdens een uitstap of een vakantie kan je de insuline best bewaren in een isolerend doosje van piepschuim, een koeltasje (bijv. een Frio-Tas), een vooraf gekoelde thermosfles of een frigobox. Je legt de insuline best niet op de hoedenplank of op het handschoenkastje van de auto want daar kan het heet worden.
-
Wanneer insuline wordt blootgesteld aan een temperatuur hoger dan 25°C verliest het een deel van zijn werking. Vervang deze insuline steeds bij thuiskomst.
-
Insuline die verandert van uitzicht, troebel wordt of verkleurt kan je niet meer gebruiken Na de vakantie vervang je best de aangeprikte flacon.
-
Extra reservemateriaal meenemen op vakantie is een aanrader, een makkelijk alternatief voor reservepennen, zijn de voorgevulde wegwerppennen verkrijgbaar met de meest courante insuline-analogen.
Voor meer informatie kan je terecht bij de Diabetes Infolijn 0800/96.333 of infolijn@diabetes.be
Mag ik op blote voeten rondlopen?
Eindelijk de zomer is in aantocht. Het zonnetje doet dan goed haar best en zorgt voor aangename temperaturen. Veel mensen hebben met het mooie weer de neiging om blootsvoets rond te lopen zowel in de tuin, op het strand of binnen in huis. Maar is dat wel zo verstandig als je diabetes hebt?
Diabetes kan zenuwbeschadiging veroorzaken in voeten en benen, wat voor gevoelloosheid kan zorgen. Een wondje (bijv. door op het ‘hete’ zand van het strand te lopen of door te trappen in een scherp voorwerp) wordt dan niet altijd als pijnlijk ervaren en kan leiden tot grotere problemen. Als er dan ook nog eens een verminderde bloedtoevoer is door vernauwing van de bloedvaten, zullen die wonden langzamer genezen.
Om dit te voorkomen raadt men aan nooit op blote voeten rond te lopen ook niet binnenshuis. Draag steeds comfortabele schoenen die goed passen en de voeten beschermen.
Andere preventietips kan je lezen in DI nr3 2010.
Zorgt het warme weer voor meer hypo's?
Warme zomerse temperaturen kunnen er voor zorgen dat de bloedsuikerspiegel ernstig ontregeld wordt. Als reactie op de temperatuursverhoging openen de bloedvaten in de huid zich om meer vocht te kunnen verdampen en op die manier lichaamswarmte kwijt te spelen. Daardoor komt de onderhuids ingespoten insuline sneller in de bloedbaan, waardoor het gevaar op een hypo kan toenemen.
Dat gevaar dreigt helemaal wanneer men op vakantie meer lichamelijke inspanningen levert. Bovendien zorgt minder stress (vakantie en ontspanning) ook voor een bloedsuikerverlagend effect. Vaker de bloedsuikerspiegel controleren is dus zeker aangewezen. Preventief kan men hypoglycemieën voorkomen door meer koolhydraten te eten/drinken en of minder insuline toe te dienen.
Bij frequent voorkomen van hypo’s kan de behandeling tijdelijk aangepast worden in overleg met de behandelende arts. .
Er is door mijn gynaecoloog net zwangerschapsdiabetes vastgesteld. Wat nu?
Zwangerschapsdiabetes is een specifieke vorm van diabetes die enkel voorkomt tijdens de zwangerschap onder invloed van hormonale veranderingen, meestal in de tweede helft van de zwangerschap. Deze vorm van diabetes verdwijnt vanzelf na de zwangerschap. Het risico om later diabetes type 2 te ontwikkelen ligt echter beduidend hoger.
De opvolging van zwangerschapsdiabetes is belangrijk om het risico voor moeder en kind te beperken. Ook na de bevalling is een goede opvolging aangewezen om het risico op latere diabetes te verminderen.
De behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat in de eerste plaats uit een advies over gezonde voeding. Er wordt gestreefd naar normale bloedglucosewaarden alsook het vermijden van een te grote gewichtstoename. Afhankelijk van het gewicht zal de energie-inname meer of minder dienen beperkt te worden. Een streng vermageringsdieet is echter steeds uit den boze. De basis voor de voeding is een gezonde voeding met voldoende vezels, spreiding van de koolhydraten en een beperking van de verzadigde vetten. Er dient ook de voorkeur te worden gegeven aan de trage koolhydraten. Een diëtiste is de aangewezen persoon om je hierin te begeleiden. Al naargelang jouw persoonlijk situatie is bijkomende medicatie en/of regelmatige bloedsuikerspiegelcontrole noodzakelijk. Regelmatig beweging wordt eveneens aangeraden.
Om na de bevalling het risico op latere diabetes te verminderen is het belangrijk gezond te eten, regelmatig te bewegen en te vermageren indien nodig. Een jaarlijkse screening van de nuchtere bloedglucose is noodzakelijk. Een eerste test vindt best plaats 6 tot 12 weken na de bevalling. Ook wanneer je opnieuw plant om zwanger te worden is een extra controle aangewezen. Het project ‘Zoet Zwanger’ kan hierbij helpen. Dit biedt vrouwen met zwangerschapsdiabetes de mogelijkheid om zich te laten registreren. Na registratie zal men jaarlijks uitgenodigd worden om een bezoek te brengen aan de huisarts voor een nuchtere bloedglucosebepaling (zolang het project loopt). Bij vaststelling van de zwangerschapsdiabetes geeft de gynaecoloog of andere zorgverstrekker je normaal gezien een folder met het registratieformulier. Indien dit niet gebeurd is, vraag er dan zelf naar.
Neem zeker ook eens een kijkje op http://www.zoetzwanger.be voor meer informatie.
Hoe informeer ik de leerkracht over de diabetes van mijn kind?
De start van het nieuwe schooljaar is weer daar. Voor vele kinderen een nieuw en spannend begin, samengaand met de nodige kriebels in de buik en soms ook wat schrik en afwachting. Na een dag of twee steken echter de verhalen van nieuwe vriendjes en samen leuke dingen doen de kop op.
Maar wat als deze eerste schooldag gepaard gaat met de zorgen die jij, je als ouder maakt over de ziekte van je kind? Mijn kind heeft diabetes, werd steeds door mij bijgestaan, maar moet het nu helemaal alleen doen . Of niet?
Het is belangrijk dat de leerkracht op de hoogte is van de diabetes van je kind. Vertel vooral wat diabetes precies inhoudt en wijs op de signalen van een hypo- en hyperglycemie. Informeer de leerkracht verder over de handelingen die moeten gebeuren in de loop van de dag: meten, insuline spuiten , eten, snacks,…
Belangrijk hierbij is het geven van voldoende, correct en duidelijke informatie.
Indien je kind is aangesloten bij een kinderconventie , kan de diabeteseducator langs gaan op school. Hij/zij kan de leerkrachten, die met je kind in contact komen, op de hoogte brengen van alle noodzakelijke dingen. Hoe kunnen zij adequaat reageren bij problemen? Kan er een glucagenhypokit bewaard worden op school en hoe moet deze gebruikt worden? Stel de leerkracht ook gerust, overdonder hem niet met informatie zodat hij niet wordt afgeschrikt. Let er op dat er steeds iemand bereikbaar is en laat telefoonnummers achter van zowel de ouders als het diabetesteam.
Maak ook praktische afspraken rond het begeleiden op schooluitstap, deelname aan de turnles,… Belangrijk is dat het kind hierbij wel begeleid wordt, maar dat het ook voldoende de kans krijgt om zelfstandig te worden.
Wilt u meer weten?
Brochure “kinderen met diabetes”
Diabetes Infolijn tel:0800/96.333
Is bewegen ook voor mensen met diabetes gezond?
Dat bewegen gezond is, hebben reeds heel wat studies aangetoond. Een actieve levensstijl helpt om het gewicht onder controle te houden, verbetert de fysieke conditie en is goed voor bloeddruk en cholesterol. Door voldoende te bewegen kan men het risico op hart- en vaatziekten, osteoporose en stress verminderen. Het verbetert de gemoedstoestand en kan daarnaast ook een positieve weerslag hebben op de bloedsuikerregeling (vooral bij personen met diabetes type 2). Redenen genoeg dus om voldoende te bewegen.
Aangeraden wordt om dagelijks minstens een half uur te bewegen. Met lichaamsbeweging bedoelt men inspanningen met minstens een matige intensiteit of m.a.w. een inspanning waarvan je hart iets sneller slaat, je iets sneller ademt en je lichtjes gaat zweten. Wandelen, fietsen, tuinieren of schoonmaken zijn dus ook manieren van bewegen.
Elke persoon met diabetes weet dat bewegen de bloedsuiker doet dalen. Beweging zorgt voor een betere insulinewerking. Ook enkele uren na de inspanning is de suikerspiegel lager. De spieren willen hun suikerreserves immers terug aanvullen. Het is dan ook belangrijk om hier, als persoon met diabetes, rekening mee te houden. Bouw steeds langzaam de sportactiviteiten op, zorg altijd dat je een koolhydraatrijke snack bij je hebt om een hypo op te vangen en pas (indien nodig) je voeding en/of insulinedosis aan. Regelmatige zelfcontrole is van groot belang. Drink voldoende tijdens de inspanningen en zorg voor aangepast schoeisel . Heb je twijfels of vragen, vraag dan raad aan je arts of je behandelend team. Sporten is gezond, maar een goede voorbereiding is minstens zo belangrijk.
Maak alvast een goede start en wandel met ons mee op Wereld Diabetes Dag:
http://www.diabetes.be/prikbord/588/wandelenopwerelddiabetesdag.aspx
Zijn noten gezond?
Nu het herfst is liggen ze opnieuw met grote hoeveelheden in de fruitmand: de noten. Vooral hazelnoten, walnoten en kastanjes zijn Vlaamse klassiekers.
Noten zijn niet alleen lekker, maar bovendien ook gezond. Ze bevatten weinig koolhydraten, veel plantaardige eiwitten, geen cholesterol en veel onverzadigde vetten (dit zijn de gezonde vetten). Bovendien zijn ze rijk aan vitaminen (o.a. B- vitaminen en vitamine E) en mineralen (vooral calcium, fosfor, ijzer, magnesium en koper). Doordat ze echter vetrijk zijn, bevatten ze wel veel energie. Als je op je lijn dient te letten, is de portiegrootte dus heel belangrijk. 1 walnoot brengt al snel +/- 40 kcal aan. Een avondje noten kraken kan dus heel wat extra calorieën aanbrengen!
Kastanjes zijn hierop een uitzondering; ze bevatten weinig vetten, maar wel een belangrijke hoeveelheid koolhydraten. Bij het eten van kastanjes dien je dus wel rekening te houden met de koolhydraataanbreng (41 g per 100 g of 1 Kh-ruilwaarde = 30 g). Dus noten zijn wel gezond, maar opgelet voor de lijn! Ze kunnen wel perfect als vleesvervanger in een salade of pastagerecht verwerkt worden. Op deze manier brengen ze wel hun positieve voedingsbestanddelen aan, maar zullen ze minder extra energie leveren.
Een afgeleid product van noten is marsepein. Dit wordt gemaakt op basis van amandelen en suiker. Dankzij de noten bevat het gezonde vetten, maar door de toevoeging van suiker is het een suikerrijk product. Het bestaat voor meer dan 60 % uit enkelvoudige suikers en heeft dus zeker een invloed op de bloedsuikerspiegel. Een klein stukje af en toe kan. Probeer ook eens om de marsepein zelf te maken. Een lekker en gemakkelijk recept (dat bijna geen koolhydraten bevat)kan je vinden via het receptenarchief.
Welke naaldlengte gebruik ik het best?
Om een optimale werking van insuline te garanderen wordt deze het best ingespoten in het vetweefsel onder de opperhuid. Uit onderzoek is gebleken dat de opperhuid bij de meeste mensen, ook bij obese personen, de 3mm niet overschrijdt. Of men de insuline inspuiting nu diep in het subcutaan weefsel inspuit of net onder de opperhuid maakt geen verschil in opname. Het gebruik van een 4mm volstaat dus om de insuline correct in te spuiten. Het is dan ook de tendens om af te stappen van het gebruik van lange naalden en het gebruik van korte naalden (4, 5 en 6mm)aan te bevelen aan iedereen met diabetes. De correcte injectietechniek van deze naalden is het loodrecht injecteren onder een hoek van 90°, zonder huidplooi. Bij heel magere mensen of kinderen kan een huidplooi genomen worden en kan de injectie gebeuren onder een hoek van 45°. Ook als men de insuline wenst in te spuiten in de arm wordt een huidplooi geadviseerd, daar het onderhuids vetweefsel in de arm zeer dun is. Bij gebruik van lange naalden 8mm of zelfs 12.7mm is de kans op intramusculair inspuiten veel groter. Dit moet vermeden worden omdat de opnamesnelheid van de insuline afhankelijk is van de beweging in de spier, de injectie pijnlijk is, er blauwe plekken kunnen ontstaan en er op deze manier schommelingen in de bloedglucosewaarden kunnen optreden.
Bron: Aanbevelingen voor injecties bij mensen met diabetes
Mogen mijn insulinenaalden in de huisafvalzak?
Pennaalden, lancetten voor op de vingerprikker en insulinespuiten zijn medisch afval. Zij mogen in geen geval in de huisafvalzak gegooid worden en zeker niet in de PMD-zak. Dit houdt immers een prikrisico voor de personen betrokken bij de afvalverwerking in. Er bestaan goedgekeurde naaldcontainers waar de naalden, lancetten en insulinespuiten kunnen in verzameld worden. Wanneer deze gevuld is tot aan de maximumlijn, sluit je deze met het voorziene definitieve sluitdeksel af en geef je de container af in het containerpark.
De naaldcontainers zijn te koop via de apotheek, medische groothandel of Vlaamse Diabetes Vereniging. Sommige gemeenten en steden bieden deze containers gratis aan. Je kan altijd eens navraag doen bij de dienst afvalbeheer om na te gaan of dit in jouw gemeente of stad ook het beval is.
En wat met de insulineflesjes, patronen en voorgevulde pennen?
Als de flesjes, patronen en voorgevulde pennen niet leeg zijn, mag je ze terugbrengen naar de apotheker. Oude en vervallen geneesmiddelen worden daar opgehaald. Lege insulinepatronen en flesjes mogen samen met het glasafval verzameld worden. Er blijft altijd een restantje insuline achter maar dit is verwaarloosbaar. Voorgevulde pennen die leeg zijn mogen bij het gewone huisvuil. Uiteraard moet de pennaald er eerst afgedraaid worden.
En de bloedglucosestrips?
Die mag je in de gewone huisafvalzak gooien.
Ik neem glucosamine in.
Doet dit mijn bloedsuikerspiegel stijgen?
Glucosamine is een ‘aminosuiker’, een verbinding tussen een aminozuur (=onderdeel van een eiwit) en glucose. Het is een lichaamseigen stof die voorkomt in bijna alle weefsels van het lichaam en een belangrijke bijdrage levert bij de opbouw van kraakbeen. In de apotheek kan men verschillende voedingssupplementen alsook een geregistreerd geneesmiddel op basis van glucosamine verkrijgen. Deze middelen zouden een positieve invloed hebben op de slijtage van het kraakbeen. De doeltreffendheid ervan is weliswaar nog niet altijd bewezen. Vraag daarom steeds raad aan uw geneesheer of deze middelen in jouw geval hun nut kunnen hebben en welk product je het best kan gebruiken. Door de naam glucosamine denken veel personen dat deze stof de bloedsuikerspiegel sterk doet stijgen. Uit proeven op dieren blijkt dat glucosamine, bij zeer hoge dosissen, de insulineafscheiding vermindert en insulineresistentie zou doen ontstaan, door een mindere werking van de bètacellen in de pancreas. De dosissen ingenomen door de mens liggen echter veel lager dan deze gebruikt bij experimenten op dieren. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat in de praktijk glucosamine geen invloed heeft op de glycemieregeling. Het gebruik ervan zal de bloedsuikerspiegel niet doen stijgen.
Waar kan ik terecht voor het verzorgen van mijn voeten?
Een goede voetverzorging is van uitzonderlijk belang wanneer je diabetes hebt. Bij personen met diabetes kunnen kleine wondjes aanleiding geven tot grote problemen. Daarom is het noodzakelijk tijdig en op geregelde basis professionele hulp te vragen. Voorkomen is beter dan genezen.
De Vlaamse Diabetes Vereniging krijgt via de Diabetes Infolijn vaak de vraag: ‘Waar kan ik terecht voorgoede voetverzorging?’ Raadpleeg ik daarvoor het best een pedicure, een gespecialiseerd voetverzorger of een podoloog?
Laat u vooral niet misleiden door de term ‘medische pedicure’, dit zegt helemaal niets over de door die persoon gevolgde opleiding of bekwaamheid.
De pedicure kan instaan voor de esthetische verzorging van de nagels (knippen, vijlen en lakken) en de huid bij gezonde personen. De nadruk ligt op hygiëne en cosmetiek. Een pedicure, of het nu een esthetische/cosmetische pedicure (schoonheidsspecialiste van de voeten) of een medische pedicure is, is niet voldoende opgeleid voor een veilige verzorging van de voeten van personen met diabetes. Zij laten hun voeten beter verzorgen door meer gekwalificeerde zorgverleners.
Bij een gespecialiseerd voetverzorger kan je terecht voor een hygiënische basisverzorging van de huid en de nagels en een aanvullende verzorging bij pijn en ongemakken, voorafgegaan door een uitgebreid voetonderzoek en een standaard screening. De nadruk ligt vooral op het herstellen van het voetcomfort en de preventie van voetproblemen. Een gespecialiseerd voetverzorger is dus geschikt voor basisverzorging bij personen met diabetes, die nog geen verhoogd voetrisico (geen zenuw- of vaataantasting of ernstige vervormingen) hebben. Ook kan een gespecialiseerd voetverzorger je verder helpen met speciale protectieve technieken ter ontlasting en bescherming van nagels en huid en met aangepast advies over voethygiëne, schoenkeuze en verzorgingsproducten. Voetverzorging aan huis kan voorzien worden en heel wat woon- en zorgcentra richten op regelmatige basis voetverzorgingsmomenten in voor de bewoners, waarvoor veelal een gespecialiseerd voetverzorger wordt ingeschakeld. Indien nodig zal de gespecialiseerd voetverzorger het niet nalaten je door te verwijzen naar andere zorgverleners zoals een arts, een podoloog,… De meeste ziekenfondsen voorzien in een terugbetaling van voetverzorging door een gespecialiseerd voetverzorger. Raadpleeg hiervoor je eigen ziekenfonds. Voor een gespecialiseerd voetverzorger in je buurt kan je terecht op www.voetmagazine.be, daar zie je onmiddellijk wie extra gekwalificeerd is voor een meer specifieke voetverzorging.
Podoloog word je pas na het volgen van een hogeschool opleiding van drie jaar (vergelijkbaar met eenverpleegkundige). Na het behalen van het diploma ben je drager van de titel gegradueerde of bachelor in de podologie. Podologen zijn dus gespecialiseerd in de normale en abnormale werking van het bewegingsapparaat (gewrichten, spieren en pezen) van de onderste ledematen alsook van de huid en nagels van de voeten. Een podoloog kan, net zoals de gespecialiseerd voetverzorger, hygiënische basisverzorging toepassen met het oog op het opsporen van de oorzaak van een probleem en dit meestal bij personen met specifieke aandoeningen (diabetes, reuma, orthopedische afwijkingen en vervormde voeten,…). Indien nodig zal de podoloog aanvullende verzorging en/of speciale protectieve technieken toepassen. Daarnaast is een podoloog bevoegd om drukherverdelende behandelingen en wondzorg uit te voeren alsook corrigerende hulpmiddelen te vervaardigen voor nagels en tenen. Na een uitgebreid biomechanisch onderzoek met gang- en/of loopanalyse kan door de podoloog corrigerende of drukherverdelende podologische zooltherapie toegepast worden. Vanaf het moment dat je de diagnose diabetes krijgt, is het aangewezen om 1x per jaar een podoloog te raadplegen voor een screening met het nodige advies en indien nodig een behandeling. Een verhoogd risico op voetwonden kan ontstaan door gevoelsstoornissen, problemen met de bloeddoorstroming of door vervormingen van tenen en/of voeten. In een dergelijke situatie is het aan te raden de podoloog regelmatiger te raadplegen. De frequentie wordt bepaald door de arts en/of depodoloog. Ook hier voorzien de meeste ziekenfondsen een terugbetaling. Raadpleeg hiervoor je eigen ziekenfonds. Daarnaast voorzien alle ziekenfondsen ook 2x per jaar een terugbetaling voor diabetespatiënten met een verhoogd risico op een voetwonde. Voor een podoloog in je buurt kan je terecht op www.professionelepodologen.be.
Tekst: Commissie Voet van de Vlaamse Diabetes Vereniging vzw/ mei 2011
Een goede voetverzorging. Hoe begin ik eraan?
Eindelijk het is zomer… Tijd om te genieten van het goede weer! Al luierend op een zonovergoten strand of doe je liever iets actiever zoals een fikse bergwandeling? Wat ook je voorkeur is, een goede voetverzorging is steeds van belang.
Personen met diabetes hebben een verhoogd risico op voetproblemen doordat diabetes zenuwbeschadiging kan veroorzaken in voeten en benen alsook een slechtere bloeddoorstroming. Voorkomen is beter dan genezen en door het volgen van enkele eenvoudige tips, kunnen reeds heel wat problemen vermeden worden. Je voeten in de watten leggen is dan ook de boodschap.
10 vuistregels voor een goede voetverzorging
-
Was de voeten dagelijks met lauw water (37-38°C) en vermijd langdurig baden.
-
Droog de voeten nadien goed af en vergeet daarbij de ruimte tussen de tenen niet.
-
Controleer de voeten dagelijks op eventuele veranderingen na hun wasbeurt (in een goed verlichte ruimte). Voor de onderkant van de voeten kan een spiegeltje handig zijn of laat je helpen. Let op kleur- of temperatuurveranderingen, wondjes, blaren, kloven, zwellingen en gevoelige zones.
-
Wrijf de voeten regelmatig in met een neutrale hydraterende crème om ze zacht te houden, maar niet tussen de tenen.
-
Loop nooit blootsvoets. Draag altijd schoenen, ook op het strand.
-
Controleer steeds de schoenen vooraleer deze worden aangetrokken. Let op plooien in de binnenzool, beschadigingen, steentjes of scherpe voorwerpen die door de schoenzool steken.
-
Draag liefst katoenen sokken zonder naden. Draag geen nylonkousen, sokophouders, spannende kousen of kousen met een sterk elastische rekkerboord.
-
Smeer de voeten tijdens het zonnen in met zonnecrème.
-
Knip de nagels recht en niet te kort. Bijvijlen mag, maar gebruik een kartonnen vijl.
-
Laat je voeten, indien nodig, op deskundige wijze verzorgen door een gespecialiseerde voetverzorger of podoloog.
Meer weten? Lees het artikel ‘Verwen je voeten’ in Diabetes Info (nummer 3, 2010)
Is griepvaccinatie belangrijk bij diabetes?
Herfst, vallende bladeren, warmere kledij, gezelligheid… maar ook : koudere en vochtigere weersomstandigheden, meer binnen blijven en meer kans op het krijgen van infecties, waaronder griep. Als je diabetes hebt, hou je het risico op ziek-zijn liefst zo laag mogelijk, want het kan je glycemie behoorlijk ontregelen. Dit ongeacht of je nu type 1 of type 2 diabetes hebt, en ongeacht je diabetesbehandeling. Een griepaanval gaat gepaard met hoge koorts, weinig eetlust, vermoeidheid en zich echt ziek voelen.
Een jaarlijkse griepvaccinatie is nog steeds de enige manier om griep en zijn gevolgen te voorkomen. Het griepvaccin heeft weinig invloed op de glycemieregeling, maar sommige personen kunnen wel een lichte temperatuursverhoging doen, door reactie van hun immuunsysteem. De griepprik zelf kan wat roodheid en pijn op de plaats van de injectie – bovenarm – teweegbrengen.
Dit weegt niet op tegen de gevolgen van griep zelf. Als je ondanks een vaccinatie toch nog griep zou krijgen, dan verloopt de ziekte meestal minder ernstig en is er minder risico op complicaties, zoals een acute ontregeling van je diabetes of longontsteking, die tot een hospitalisatie kunnen leiden. Een griepvaccin moet in elk geval elk jaar opnieuw toegediend worden. Doordat de hoeveelheid antilichamen na de vaccinatie in de maanden na de vaccinatie afnemen, bieden zij op een gegeven moment te weinig adequate bescherming. Bovendien ondergaat het griepvirus ook regelmatig kleine veranderingen, waardoor het vaccin ook jaarlijks moet worden aangepast.
Hoe zit het nu met de terugbetaling van het griepvaccin door de mutualiteit? Personen die lijden aan een chronische aandoening, zoals diabetes, krijgen het griepvaccin gedeeltelijk terugbetaald. (De arts noteert dan "derdebetalersregeling van toepassing" op het voorschrift). Het kost dan nog ongeveer 6 euro, zo'n 45% van de normale aankoopprijs. Vraag ook na bij je mutualiteit of er nog aanvullende terugbetaling is voorzien voor vaccinaties. Dit kan namelijk per mutualiteit en per regio verschillen.
Griepvaccinatie, bespreek het met je huisarts en apotheker!