Wetsvoorstel schuldsaldoverzekering goedgekeurd
op 3 december 2009 in de Kamer.
Het moet de schuldsaldoverzekering toegankelijker maken voor personen met een chronische aandoening, dus ook voor mensen met diabetes.
De wet houdt het volgende in:
1) De Commissie voor Verzekeringen krijgt 6 maanden de tijd om tot een gedragscode te komen over de volgende onderwerpen:
- voorwaarden voor het gebruik van een standaard medische vragenlijst;
- inhoud van een standaard medische vragenlijst;
- voorwaarden voor een bijkomend medisch onderzoek;
- termijnen voor de behandeling van een verzekeringsaanvraag;
- voorwaarden voor de toegang tot het opvolgingsbureau voor tarifering (zie punt 3);
- verplichtte publiciteit voor verzekeraars en kredietinstellingen om informatie over het mechanisme van schuldsaldoverzekeringen voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico ruim en op duidelijke wijze te verspreiden;
- burgerlijke sancties bij niet-naleving gedragscode.( Bij niet-naleving kan de consument zich wenden tot een bemiddelingsorgaan.)
2) De volgende maatregelen worden genomen om meer transparantie te bekomen:
- de verzekeraar moet een premie opsplitsen in een basispremie en een bijpremie die om reden van de gezondheidstoestand van de verzekerde wordt aangerekend. Door deze opsplitsing worden premies doorzichtiger en kunnen consumenten duidelijker vergelijken tussen verschillende verzekeraars;
- bij hoge bijpremie, weigering of uitsluiting van bepaalde risico’s moet de verzekeraar zijn beslissing schriftelijk motiveren en de contactgegevens van de adviserende arts meedelen;
- indien kandidaat-verzekerde niet akkoord gaat met bijpremie, dan heeft hij recht op een herevaluatie door een herverzekeraar. Wanneer de herverzekeraar tot een bijpremie besluit die lager is dan de oorspronkelijk door de verzekeraar voorgestelde bijpremie, past de verzekeraar zijn voorstel in die zin aan. In het tegengestelde geval bevestigt de verzekeraar zijn oorspronkelijk aanbod;
- de termijn tussen de oorspronkelijke verzekeringsaanvraag en het meedelen van de beslissing mag vijftien dagen niet te boven gaan.
3) Er wordt een Opvolgingsbureau voor tarifering opgericht. Dit bureau, waarin ook vertegenwoordigers van patiënten en consumenten zetelen, heeft twee taken:
A. De consument kan rechtstreeks (of via de Ombudsman Verzekeringen) bij het Opvolgingsbureau vragen of de bijpremie verantwoord is. Indien het Opvolgingsbureau oordeelt van niet, dan moet de verzekeraar verplicht zijn bijpremie aanpassen. De verzekeraar is verplicht om de consument te informeren over het bestaan van het Opvolgingsbureau.
B. Het opvolgingsbureau bepaalt onder welke voorwaarden en premies de kandidaat-verzekerde toegang heeft tot een gestandaardiseerde schuldsaldoverzekering die op het solidariteitsmechanisme kan rekenen. Indien de bijpremie méér dan het dubbel van de basispremie is, kan de consument aan de verzekeraar om een standaardverzekering vragen volgens de voorwaarden van het opvolgingsbureau. De gestandaardiseerde schuldsaldoverzekering verzekerd maximaal 200 000 euro indien de kandidaat-verzekerde het hypothecaire krediet alleen aangaat. Indien er mede-kredietnemer is, kan de kandidaat-verzekerde zich verzekeren tot hetzelfde bedrag, maar beperkt tot 50% van het ontleende kapitaal.
4) Er wordt een Compensatiekas opgericht. De compensatiekas werkt als een solidariteitsmechanisme, dat een gedeelte van de bijpremie van een gestandaardiseerde schuldsaldoverzekering betaalt als deze bijpremie een vooropgestelde limiet bereikt.
5) Evaluatie. De Commissie voor Verzekeringen is belast met de evaluatie van deze wet. Met dat doel bezorgt zij tweejaarlijks een verslag aan de Koning en aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. Dat verslag gaat vergezeld van een door het Federaal Expertisecentrum gezondheidszorg verrichte studie, waarin wordt beoordeeld of de tarifering die de verzekeraars hanteren afgestemd is op de evolutie van de geneeskundig en van de gezondheidszorg.
Opgelet! De wet geldt enkel voor hypothecair krediet voor de enige en eigen woning, maar ze kan later uitgebreid worden tot consumentenkredieten of andere kredietvormen.
Bron: Vlaams Patiëntenplatform