Annick Ruyts, nieuwe meter van de vereniging in 2012
Als moeder van een zoon met diabetes wil zij zich voor 110% inzetten.

5 jaar was hij, mijn jongste zoon.
Een zonnetje, altijd lachen, altijd een stralend humeur.
Alleen als hij honger had, dan kon hij wel eens onverklaarbaar boos worden.
Mijn moeder had in de zomer al opgemerkt dat hij wel erg veel moest plassen, maar het was een warme zomer en Milo dronk veel.
Een PMS onderzoek wees uit dat hij suiker in zijn urine had. Een bezoek aan de dokter stelde ons gerust, niks aan de hand. Maar het bleef wel knagen aan mij. Dus een tweede opinie, bij een andere dokter. Een dokter wiens schoonouders allebei diabetes hadden. Een vingerprik dus.
Hoe een vingerprik je leven kan veranderen. Drie uur later zaten we in het ziekenhuis, vijf uur later kregen we het verdict. Diabetes, type 1. Vijf jaar was hij.
Je hebt een schoonbroer met diabetes, en een groottante. Maar wat weet je van die ziekte ? Dat ze anders eten, soms suiker heel erg nodig hebben en soms net niet. Vrij ingewikkeld van op afstand. Elke stukje informatie was een klets in mijn gezicht. Ik ben een probleemoplossend iemand, ik pak de dingen graag aan, ik ga uitdagingen aan en ben niet snel bang.
Maar nu was ik doodsbang, en eindeloos verdrietig. Milo besefte nog niet goed wat er met hem aan de hand was. Hij maakte snel vriendjes in het ziekenhuis, deed niet moeilijk over zijn nieuwe dieet, liet zich dapper lekprikken. En we hielden ons allemaal sterk. Alleen mijn kind spuiten, dat lukte niet direct. Kisten appelsienen heb ik volgespoten, maar dat kleine armpje, dat vond ik vreselijk. Het was Milo zelf die me aanmoedigde, doe maar hoor mama, het doet echt niet pijn.
Nachten heb ik gehuild, overdag hield ik me sterk. Tot onze fantastische diabetesspecialiste Marina Coeckelberghs zei dat ik mijn verdriet wel mocht tonen. Ook aan Milo, want dat we allebei verdrietig waren en het niet aan elkaar wilden laten zien. Dat toegeven, dat was de eerste kleine stap. De eerste stap in een hele lange mars.
Angsten overwinnen, koolhydraten leren tellen, meten, wegen, altijd alert zijn en nooit meer zonder snacks. Het werd allemaal deel van een dagelijkse routine. De eerste schooldag waar meester Luc me direct vertrouwen gaf, de eerste nachtelijke hypo, druivensuiker en koeken, de grote handtas van de mama met een kind met diabetes.
En dan heel geleidelijk het weer loslaten, eens gaan slapen bij oma, die erg ongerust was maar toch haar kleinzoon spoot, logeren bij een vriendje waarvan de ouders de verantwoordelijkheid wilden opnemen, elk jaar opnieuw op school gaan uitleggen dat Milo meestal heel gewoon mee kan doen, maar af en toe wat zorgen nodig heeft. De eerste schoolreis, het diabeteskamp.
Als ik er op terugkijk is het een lange weg geweest.
Maar met steeds meer vertrouwen. Dankzij Milo zelf die nooit moeilijk deed, snel leerde en altijd “flink“ was.’
Getekend: Annick Ruyts, meter Vlaamse Diabetes Verenging vzw 2012