Aan de slag met je waarden!

Glucosemeter

Meten is weten! Uiteraard heeft het pas zin te meten als je ook iets met de kennis doet. De interpretatie van de bloedglucosewaarden is erg individueel. Toch zijn er een aantal algemene richtwaarden. 

Je genoteerde meetresultaten, samen met gegevens als ingespoten hoeveelheid en opmerkingen over de omstandigheden waarin de meting is gebeurd, kunnen helpen bij de interpretatie van de bloedsuikerspiegel. Maaltijd, beweging of de menstruatiecyclus kunnen impact hebben op het resultaat.
In ieder geval dienen de gegevens voor je arts om eventueel een wijziging van de behandeling voor te stellen. Het overzicht van de metingen geeft je ook stilaan meer inzicht in je eigen diabetes en in de factoren die er op inwerken.
De streefwaarden verschillen van persoon tot persoon en zijn ook afhankelijk van de situatie. Onderstaande tabel met richtwaarden biedt alleen een indicatie. Je individuele streefwaarden bespreek je best met je diabetesteam.
 

Wat zijn de richtwaarden?

Vóór de maaltijd

70-110 mg/dl

2 u. na de maaltijd

<180 mg/dl

Hypoglycemie

< 65 mg/dl
Hyperglycemie

> 250 mg/dl


Opmerking: Deze waarden kunnen verschillen van persoon tot persoon en van situatie tot situatie. Een correcte evaluatie ervan is noodzakelijk. Overleg zo nodig met je diabetesteam.

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht