Bètacelvervangende behandeling

Om de bètacellen te vervangen zijn er verschillende opties mogelijk. Bij eilandjestransplantatie is de beschikbaarheid van donoren een belangrijke beperkende factor.

Eilandjestransplantatie

Bij eilandjestransplantatie worden bètacellen (in groepjes) uit de donor, geïnjecteerd via de bloedbaan naar de lever. De eerste succesvolle eilandjestransplantatie bij de mens dateert ondertussen al van 1990. De ontwikkeling van het zogenaamde 'Edmonton' protocol 10 jaar later was een belangrijke stap om de uitkomst van de ingreep te verbeteren.

Bij eilandjestransplantatie verbetert de glucoseregeling, is er minder hypoglycemie en kunnen insuline-injecties in 50 tot 80% van de gevallen gestopt worden. Dit is een optie voor mensen met ernstige complicaties ondanks intensieve insulinebehandeling, of voor wie frequent ernstige hypoglycemieën heeft. In België wordt bètaceltransplantatie enkel uitgevoerd binnen een project van verschillende universitaire centra, gestuurd door het Center for Beta Cell Therapy in Diabetes. Tot nu toe werden er wereldwijd zo’n 1 000 bètaceltransplantaties uitgevoerd. Echter, de resultaten op lange termijn zijn nog steeds minder goed dan bij pancreastransplantatie omdat het aantal overlevende bètacellen vermindert in de tijd.

Dit kan maar ten dele worden opgelost door meer bètacellen te transplanteren.

1) De voornaamste reden is dat we bij bètaceltransplantatie te maken met 2 vormen van afstoting: de ‘normale’ weefselafstoting na transplantatie, en de auto-immuunreactie door de diabetes type 1.Om de overleving van bètaceltransplanten op lange termijn te verbeteren wordt ook heel wat onderzoek gedaan naar behandelingen die het afweersysteem onderdrukken.
Om de afstotingsreactie te omzeilen wordt ook gebruik gemaakt van 'inkapseling'. Dit houdt in dat de cellen eerst worden ingebed in een materiaal dat glucose en insuline doorlaat, maar de afweercellen op afstand
houdt.

2) Een tweede reden voor de achteruitgang van de getransplanteerde bètacellen heeft te maken met de toedieningsroute. De toediening via het bloedvat dat naar de lever loopt blijkt niet ideaal en daarom worden alternatieve opties bekeken, zoals bijv. toediening via het buikvlies.

Alternatieven

Ook wanneer we erin slagen bètaceltransplantatie te perfectioneren, blijft de beperkte beschikbaarheid van het donormateriaal een probleem. Momenteel worden verschillende interessante sporen gevolgd om alternatieve bronnen van bètacellen voor transplantatie te creëren:

  • Niet-menselijke bronnen van bètacellen: de alvleesklieren van varkens vormen een beloftevol spoor.
  • Het kweken van insulineproducerende cellen uit diverse andere celtypes dan bètacellen: via embryonale stamcellen, maar ook door herprogrammeren van volwassen cellen. Als dit goed werkt, ontstaat een onuitputtelijke vooraad aan bètacellen.
  • Bevorderen van de eigen bètacelgroei door de toediening van producten die kleine hoeveelheden levende bètacellen opnieuw kunnen actief maken.
 
Deel dit bericht
Deel dit bericht