Gewichtsverlies

Het is van belang om overgewicht aan te pakken. Een blijvend gewichtsverlies van enkele kilo’s biedt al aanzienlijke voordelen voor je gezondheid.

Overgewicht kan gezondheidsproblemen veroorzaken zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, gewrichtsproblemen, bepaalde kankers ... Het risico neemt vooral toe als gevolg van een te grote buikomtrek. Als “te groot” beschouwt men een buikomtrek van 80 cm bij vrouwen en 94 cm bij mannen. Als je diabetes hebt, kan overgewicht ook zorgen voor insulineresistentie – weerstand tegen insuline – waardoor de bloedsuikerspiegels moeilijker onder controle te houden zijn. Een zeer belangrijke stap is dan afvallen. Dat betekent dat je je levensstijl en voedingspatroon moet aanpassen.

 

Wat is een goede BMI?

Door het berekenen van de Body Mass Index (BMI) kun je als volwassene weten of je lichaamsgewicht binnen de aanvaardbare normen valt of niet.

De BMI = het lichaamsgewicht (in kilogram) gedeeld door het kwadraat van de lengte (in meter).

BMI (Body Mass Index)  
< 18,5

Ondergewicht, je weegt te weinig.

18,5 - 25

Gezond gewicht, probeer op gewicht te blijven.

25-30 Licht overgewicht: probeer enkele kilo’s af te vallen.
> 30

Obesitas of zwaarlijvigheid met verhoogd risico voor de gezondheid:
dit moet zeker behandeld worden.

 

Buikomtrek

De buikomtrek bepalen is vaak een betere manier om het risico voor de gezondheid in te schatten.

 

Opgelet voor het jojo-effect

Zelfs als je maar een paar kilo afvalt, heeft dit meteen een positieve impact op je gezondheid. De voorwaarde is wel dat de kilo’s er niet dadelijk weer bijkomen. Jojo-effecten zijn dus uit den boze! De ervaring leert dat het realistisch is om in een periode van zes maanden tot een jaar 5 tot 10% van je gewicht te verliezen. Het is belangrijker om met een dergelijk doel te werken dan een ideaal gewicht na te jagen. Dat laatste is immers voor veel mensen onhaalbaar.

 

Opname versus verbruik

Afvallen kan je best doen door enerzijds extra te bewegen en dus meer energie te verbruiken en anderzijds evenwichtiger te eten en dus minder energie op te nemen. Het is belangrijk om dit op een realistische manier aan te pakken, zodat je het kan volhouden. Met kleine aanpassingen aan je voedings- en beweegpatroon kan je vaak al een wereld van verschil maken. De hoeveelheid energie (calorieën) die je nodig hebt, hangt af van geslacht, leeftijd, gewicht, lengte en uiteraard van de fysieke activiteit. Wil je een idee hebben over wat je eet en drinkt en welke fysieke activiteiten je doet, dan kan je best gedurende bijvoorbeeld een week een eet- en beweegdagboek bijhouden.

 

Gezond voedingspatroon

Het is belangrijk om aan beide aspecten – beweging en voeding – aandacht te schenken. Het is belangrijk het dagelijkse voedingspatroon kritisch te bekijken. Daarbij moet je enerzijds aandacht hebben voor de porties en anderzijds voor de voedingskeuzes die beter kunnen. Vermageren is immers vaak geen kwestie van minder te gaan eten, maar wel anders.

Onze voeding is vaak te vetrijk. Vetten leveren de meeste calorieën en zullen dus een grote invloed hebben op onze energie-inname. Alle vetten weglaten is echter geen goed idee, want we hebben bepaalde essentiële vetzuren en vetoplosbare vitamines die in voedingsvetten zitten nu eenmaal nodig.

Daarnaast bevat onze voeding ook vaak te veel toegevoegde suikers. Door producten uit de groep te beperken (taart, chocolade, koeken, ijs, snoep …) en bij nagerechten te kiezen voor de ongesuikerde varianten kan je al heel wat energie besparen. Verlies ook niet uit het oog dat ook alcohol heel wat calorieën aanbrengt. Op een feestje of bij een restaurantbezoek kan je misschien wel eens ‘zondigen’, maar probeer ook dan geen te grote porties te eten.

Aarzel niet om bij een diëtist langs te gaan. Hij/zij kan je helpen om inzicht te krijgen in je voedingspatroon en je praktische tips en een persoonlijk dagschema geven, dat ook rekening houdt met je voorkeuren.

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht