Immuuntherapie

Het immuunsysteem speelt een belangrijke rol in het ontstaan van diabetes type 1, en ook in de genezing ervan. Er wordt volop gewerkt aan behandelingen die hierop ingrijpen, met vallen en opstaan.

Gericht onderdrukken

Ons immuunsysteem is niet alleen de sleutel in het ontstaan van type 1 diabetes, het opent tevens de weg naar genezing. We moeten hierbij zeer omzichtig te werk gaan. Immers, het immuunsysteem is een onmisbaar 'schild' tegen ongewenste ziektekiemen, de ontwikkeling van kankercellen ... Een volledige onderdrukking van het immuunsysteem zou ons misschien van type 1 diabetes genezen, maar een banale infectie kan ons dan bijvoorbeeld fataal worden. De kunst bestaat er dus in enkel die delen van het immuunsysteem te onderdrukken, die verantwoordelijk zijn voor de schade aan de pancreas.

De laatste jaren werd dan ook onderzocht hoe fouten in het afweersysteem op een milde manier kunnen gecorrigeerd worden:

  1. Een aantal behandelingen werken in op bepaalde witte bloedcellen (T-cellen) en zijn bedoeld om de verstoorde balans tussen auto-immuniteit en het herkennen van lichaamseigen eiwitten, te herstellen.
     
  2. Een andere strategie om het afweersysteem bijte regelen is het toedienen van een 'diabetesvaccin'. Dit kan het best worden vergeleken met een behandeling tegen allergie waarbij men aan kleine hoeveelheden van de stof waartegen men reageert, wordt blootgesteld. Bij type 1 diabetes betekent dit dat men wordt blootgesteld aan de specifieke bètaceleiwitten waartegen het lichaam antistoffen heeft gevormd


Toekomst van immuuntherapie

Het ontwikkelen van een goede immuuntherapie voor diabetes type 1 blijkt met vallen en opstaan te verlopen. De belangrijkste uitdagingen en prioriteiten voor toekomstig onderzoek zijn:

  1. Optimalisatie van de therapie: het succes van een immuuntherapie hangt af van de juiste dosis, de juiste frequentie, de juiste toedieningsweg …
     
  2. Juiste combinatie van behandelingen: door de auto-immuunreactie is diabetes type 1 steeds moeilijker te stoppen met een eenvoudige behandeling. Daarom werkt een immuuntherapie ook veel beter in de eerste 6 maanden na de diagnose.
     
  3. Actieve rol van de bètacellen in hun zelfvernietiging: dit is niet volledig begrepen, maar zorgt er wel voor dat de ontwikkelde behandelingen hoogstens een aantal jaar 'uitstel' bieden.
     
  4. Rekening houden met individuele verschillen: bij iedereen verloopt de ontwikkeling van diabetes type 1 iets anders, waardoor gerichte oplossingen op maat de beste garantie bieden op 'genezing'.

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht