Insulinepomp

De insulinepomp is een klein toestel dat continu onderhuids insuline afgeeft. In bepaalde gevallen kan het een alternatief zijn voor multipele injecties maar het werkt niet volautomatisch. Je moet de pomp telkens manueel instellen. 

Werking

Een insulinepomp bootst in feite gedeeltelijk de werking van de eigen pancreas na. Dit toestelletje geeft de hele dag door onderhuids insuline af.

Een pomp bestaat uit een insulinereservoir, een ‘computer’ en een klein motortje. Door middel van een infuusset wordt de insuline dan in het onderhuids weefsel gepompt. Het gaat om een insulinespuitje waarop een dunne, plastic leiding wordt aangesloten met aan het uiteinde een dunne teflon katheter die onderhuids in je buik wordt geprikt. De huid moet eerst ontsmet worden en de kathether mag maximaal twee dagen ter plaatse blijven.

Basaal en bolus

Bij personen zonder diabetes maakt de pancreas voortdurend kleine hoeveelheden insuline aan. Op die manier kan de suikerreserve in de lever gelijkmatig gebruikt worden om de bloedsuikerspiegel op peil te houden. Met een insulinepomp kun je dit nabootsen door de klok rond een kleine dosis insuline toe te dienen. Dit wordt kortweg basaal genoemd. De basale insulinedosis wordt uur per uur - afhankelijk van je individuele insulinebehoefte - in het geheugen van de pomp geprogrammeerd. Om de 24 uur wordt dit automatisch opnieuw hernomen. Bovendien kun je het basaal zelf tijdelijk verlagen of verhogen voor een aantal uur. Deze basale insulinedosis vervangt de traagwerkende insuline-injectie van een behandeling met 4 injecties.

Bij elke maaltijd die koolhydraten (= suikers) bevat, is er extra insuline nodig om deze suikers als energiebron te kunnen gebruiken. Daarom wordt voor elke maaltijd eveneens een extra dosis insuline met de pomp gegeven. Dit wordt bolus genoemd. Het aantal eenheden pas je telkens aan op basis van de bloedsuikerspiegel van dat moment, het aantal koolhydraatporties in de maaltijd en eventuele fysieke activiteit binnen de 2 uur na je bolus. De bolussen vervangen de (meestal) 3 kortwerkende insuline-injecties die worden gegeven voor de maaltijden bij een behandeling met meerdere injecties. In de insulinepomp worden uitsluitend snelwerkende insulineanalogen gebruikt.

Voor wie?

Insulinepompen worden normaal gezien enkel toegestaan bij personen met type 1 diabetes. Een pomp kan extra flexibiliteit geven doordat je onverwachte situaties makkelijker kunt opvangen. Het is de eerstekeuzebehandeling tijdens een zwangerschap, omdat het uitermate belangrijk is de bloedglucosewaarden tijdens deze periode binnen strikte grenzen te houden. Vrouwen met een zwangerschapswens schakelen best vóór de zwangerschap over op een insulinepomp.
De behandeling met een insulinepomp wordt opgevolgd in ziekenhuizen met een zogenoemde ‘pompconventie’.

 

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht