Over koolhydraten, vetten en voedingsvezels

Aardappelen

In een gezonde diabetesvoeding wordt extra aandacht besteed aan koolhydraten, vetten en voedingsvezels.

Koolhydraten

Vaak duidt men koolhydraten ook aan met de term “suikers”. Die zitten dus niet enkel in gebak en snoep, maar ook in graanproducten, aardappelen, fruit en melkproducten. Volgende voedingsmiddelen bevatten koolhydraten:

  • graanproducten en aardappelen
  • fruit
  • peulvruchten
  • sommige groenten (bv. pastinaak, suikermaïs, doperwtjes, rode biet, artisjok, prei, groene selder …)
  • melkproducten (behalve kaas) en plantaardige sojadranken
  • plantaardige dranken op basis van granen, noten en zaden
  • gefrituurde snacks, chips, cake, taart, chocolade, koeken, snoep, ijs, zoet boterhambeleg, frisdrank, sommige alcoholische dranken


Koolhydraten zijn belangrijk als energiebron en spelen een belangrijke rol in het handhaven van een normaal bloedsuikergehalte. In een gezonde diabetesvoeding is het belangrijk rekening te houden met de hoeveelheid ingenomen koolhydraten en de spreiding ervan tijdens de dag.

Koolhydraten ruilen

Het zogenaamde koolhydraatruilwaardensysteem biedt een beter inzicht in de hoeveelheid koolhydraten die in levensmiddelen zitten. Dit is vooral belangrijk voor personen met diabetes type 1. Dit systeem helpt het evenwicht te bewaren tussen de hoeveelheid insuline in het lichaam en de ingenomen koolhydraten. Je kan op die manier dus gevarieerd blijven eten.

Het systeem zet alle voedingsmiddelen waarin koolhydraten zitten om in ruilwaarden. Elke koolhydraatruilwaarde bevat ongeveer 12,5 gram koolhydraten. Dit is de hoeveelheid die men ook terugvindt in een sneetje brood van 30 gram, een aardappel van 70 gram, een appel enzovoort.

De diëtist kan je een uitgebreide ruilwaardenlijst bezorgen. Als je daar wat mee oefent, kweek je snel automatismen om de ingenomen koolhydraten goed bij te houden.


Vetten

Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren. We onderscheiden verzadigde (zoals in vlees, volle melkproducten, boter en kaas) en onverzadigde vetzuren (bijvoorbeeld in vette vis, oliën, smeer- en bereidingsvetten en noten). Personen met diabetes hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Vooral verzadigde vetten hebben hierop een ongunstige invloed. Onverzadigde vetten hebben daarentegen een gunstige invloed op de bloedvetten.


Voedingsvezels

Daarnaast gaat ook de voorkeur steeds naar vezelrijke producten (zoals volkorenbrood en graanproducten, aardappelen, groenten, fruit en peulvruchten). Deze zorgen voor een betere verzadiging en darmtransit. De oplosbare voedingsvezels (onder meer in groenten, fruit en peulvruchten) zorgen bovendien voor een tragere opname van glucose, waardoor het glucosegehalte in het bloed trager stijgt.

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht