Prik- of spuitangst

Meer dan 1 op 4 personen met diabetes heeft een milde vorm van spuit- of prikangst. Ondanks het veelvuldig voorkomen, zijn er veel mensen die hun spuit- of prikangst verstoppen. Toch kun je iets doen aan deze angst. Een eerste belangrijke stap is erover te praten met je omgeving en je behandelend diabetesteam. 

Wat is spuit- en prikangst?

We spreken van spuitangst als de angst té intens en oncontroleerbaar wordt, zodat ze niet meer in verhouding is tot de situatie én een belemmering vormt voor het dagelijks functioneren. De angst voor spuiten blijft vaak lange tijd bestaan.

Het begrip prikangst wordt specifiek gebruikt wanneer iemand schrik heeft om zijn of haar bloedglucose te meten. We maken dus een onderscheid tussen angst voor het zelf injecteren en angst voor het zelf testen. Spuit- en prikangst hoeven niet samen te gaan.

Spuit- of prikangst heeft verschillende oorzaken. De angst kan te maken hebben met een specifieke fobie voor bloed, een traumatische ervaring, angst over gezondheid, angst voor hypoglycemie, gebrek aan controle en/of moeilijke levensomstandigheden.
 

Gevolgen

Spuit- en prikangst kan op diverse manieren in het gedrag tot uiting komen. Volgende gedragingen kunnen een signaal zijn:

  • het tijdstip van spuiten uitstellen;
  • aarzelen om de naald in de huid in te brengen;
  • het aantal injecties willen beperken;
  • gespannenheid bij het inspuiten.
     

We zien dat zware spuitangst bij mensen met diabetes vaak gepaard gaat met psychologische problemen en een lager algemeen welbevinden. Een ander belangrijk gevolg is een minder goede zelfzorg en/of diabetescontrole, wat zich uit in een hoger HbA1c.
 

Behandeling

Om spuit- en prikangst op een goede manier aan te pakken, is het belangrijk om zicht te krijgen op de aard en de betekenis van de angst. Afhankelijk hiervan zal een verschillende aanpak aangewezen zijn.

Ervaar je zelf prik- of spuitangst, dan is het belangrijkste advies: praat erover! Met je partner, je ouders, je arts, diabeteseducator … Zij kunnen mee helpen zoeken naar een oplossing. Indien de angst mild is, kun je ontspanningstechnieken overwegen. Ook hypnosetechnieken en/of meditatie (bij volwassenen) en geleide fantasie (vooral bij jonge kinderen) kunnen helpen. Deze technieken dienen door een getraind iemand geïntroduceerd te worden.

In het geval van ernstige spuitangst, zien we dat deze problematiek nog al te vaak onontdekt en dus onbehandeld blijft. Er zijn verschillende therapievormen aangewezen om deze angstproblematiek te behandelen bij een professionele hulpverlener zoals een psycholoog of kinesitherapeut. Specifiek voor kinderen kunnen ook speltherapie of ouderbegeleiding aangewezen zijn.

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht