Tijdens de zwangerschap

zwangere vrouw bij arts

De zwangerschap kan ook een invloed hebben op de insulinebehoefte en bloedsuikerspiegels. Een goede opvolging is cruciaal. Laat je regelmatig controleren door je diabetesteam en je verloskundige.

Variaties in de insulinebehoefte

De eerste 15 weken van de zwangerschap zal de insulinebehoefte geleidelijk aan afnemen waardoor gemakkelijker te lage bloedsuikerspiegels kunnen optreden, voornamelijk ’s nachts. Ochtendmisselijkheid kan dit fenomeen nog versterken.

In een latere fase van de zwangerschap, na 24 weken, zal de bloedglucose langzaam stijgen. Onder invloed van de zwangerschapshormonen vermindert immers de gevoeligheid voor insuline. Door de toegenomen insulinenood verhoogt ook het risico op de vorming van ketonen en ketoacidose. Dat zal zich bovendien manifesteren bij lagere glucosewaarden (vanaf 200 mg/dl). Dit is te vermijden door een geregeld maaltijdschema met inbegrip van een tijdig ontbijt.

Bij een slechte glucoseregeling is de kans groot op een te zware en te grote baby. Uiteraard maakt dit de bevalling extra moeilijk. Ook de kans op sterfte van de baby in de baarmoeder, vooral na week 34, is dan sterk verhoogd. Slechte glucosewaarden kunnen bovendien leiden tot een overmatige productie van vruchtwater. Onmiddellijk na de geboorte kan het kind te lage bloedsuikerspiegels vertonen of te kampen hebben met andere problemen zoals geelzucht, voedingsstoornissen en/of stuipen. Vandaar het belang van een goede opvolging door de kinderarts.


Goede opvolging: een aandachtspunt

Om in te spelen op variaties in de insulinebehoefte en om tijdig problemen op te vangen zijn frequente controles bij het diabetesteam en bij de verloskundige nodig, meestal om de twee weken of maandelijks. Dit kan worden aangevuld met contacten via telefoon, e-mail of elektronische data uitwisseling. Inzicht in het glycemieverloop via regelmatige metingen of continue glucosesensor is belangrijk, vooral omdat het aanvoelen van hoge of lage bloedsuikerwaarden kan veranderen.

Er zijn op regelmatige basis controles van de bloeddruk en van de urine nodig, vanwege het risico op zwangerschapshypertensie en eiwitverlies in de urine. Ook het oogonderzoek wordt halfweg de zwangerschap best herhaald.

In de laatste weken van de zwangerschap worden de verloskundige controles frequenter en worden deze aangevuld met monitoring.

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht