Hoe correct je bloedglucose meten?

vingerprik

Wanneer je je bloedglucose meet, moet je rekening houden met een correcte meettechniek. Op die manier ben je zeker dat de waarden ook bruikbaar zijn. We geven de belangrijkste praktische richtlijnen. 

  • Was en droog je handen goed.
  • Steek een teststrookje in je glucosemeter of activeer er één door je meter aan te zetten.
  • Sluit het doosje zo vlug mogelijk.
  • Prik aan de zijkant van je vinger.
  • Indien je weinig bloed hebt, masseer je vinger van onder naar boven in plaats van op de prikplaats te duwen want stuwing kan een fout resultaat geven. Wissel regelmatig van vinger.
  • Laat de teststrook het nodige bloed aanzuigen.
  • Noteer de waarde in je dagboekje. Ze wordt uiteraard ook opgeslagen in het geheugen van het toestel, wat nadien kan worden uitgelezen.
     

Andere praktische aandachtspunten:

  • Controleer de vervaldatum van je strips en bewaar ze in de oorspronkelijke verpakking, ze zijn immers lucht- en lichtgevoelig.
  • Was je handen met warm water, zo heb je voldoende bloed bij het prikken.
  • Toch pijn bij het prikken? Gebruik de zijkant van je vingertoppen. Vervang je lancet regelmatig en kies de prikdiepte die voor jou het meest geschikt is.
  • Abnormaal hoge glycemiewaarden? Was steeds je handen voor het prikken, misschien heb je net een stuk fruit vastgenomen?
  • Werkt je meter niet? Controleer of de strip voldoende diep in de glucosemeter zit en of de batterij nog ok is. De meeste glucosemeters geven via een icoontje weer dat de batterij bijna leeg is. De foutcodes kun je in de handleiding terugvinden. Mocht het echt niet lukken, neem dan contact op met je diabeteseducator of apotheker.