Hoe voorbereiden op meer bewegen?

paar loopschoenen

Meer bewegen of sporten begint steevast bij een goede voorbereiding. We geven enkele belangrijke praktische tips.

Voordat je begint extra te bewegen of te sporten, kaart je best bij je behandelend arts je voornemen aan. Deze kan samen met jou nagaan welke beweegvorm het meest geschikt is voor jou en hoe je er op een veilige manier mee kan beginnen. Er is voor elk wat wils. Kies steeds voor een bewegingsactiviteit die je graag doet en misschien vroeger al beoefende.
 

Praktische adviezen voor het bewegen:

  • Investeer in geschikte schoenen. Het is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van je voeten (vermijden van schimmelinfectie of athlete's foot),  maar goede schoenen kunnen ook blessures voorkomen. Kies ook steeds voor kousen zonder naden.
  • Zorg dat je diabetesidentificatie klaarligt om mee te nemen indien je alleen op pad gaat; leg je telefoon klaar en geef je route door aan het thuisfront.
  • Kies een bewegingsactiviteit die je graag doet. Zo zal je het langer volhouden! 
  • Plan beweging in op vaste momenten. Dit zorgt voor regelmaat en routine. 
  • Stel realistische (tussen)doelen op. Elke stap vooruit is een overwinning! 
  • Soms is het nodig om de insuline of medicatie aan te passen vooraleer je begint met bewegen. Bespreek dit met je behandelend arts.

 

Praktische adviezen tijdens het bewegen:

  • Heb je er moeite mee om een half uur aan een stuk te bewegen? Iedere activiteit die langer dan 10 minuten duurt en ervoor zorgt dat je hartslag een beetje stijgt en dat je wat begint te zweten, telt mee voor je half uur beweging. Dit geldt ook als je tijdens die inspanning nog vlot kunt babbelen. Door rustig aan beweging op te bouwen, is een half uur bewegen ook voor personen met een minder goede startconditie haalbaar.
  • Je kunt ook in de loop van de dag beweegminuten sprokkelen, alle beetjes helpen:
    • te voet of met de fiets boodschappen doen;
    • de trap nemen in plaats van de lift of de roltrap;
    • met de fiets naar het werk, eventueel met een elektische fiets als de afstand te groot is;
  • Een stappenteller kan handig zijn. De norm voor personen onder de 65 jaar bedraagt 10.000 stappen per dag. Ben je ouder dan 65, dan is 8.000 stappen per dag een goed streefdoel. Sowieso is het een mooie prestatie als je geleidelijk aan 2.500 tot 3.000 stappen per dag meer zet. Bouw ook dit langzaam op.
  • Als je een bloedglucosemeter hebt, meet dan je glycemie vóór de inspanning. Afhankelijk van de gemeten waarde, neem je vóór je start best nog een snack met koolhydraten.
  • Als de glycemie onder de 70 mg/dl ligt, behandel dan je hypo en stel het sporten even uit. Hou ook na de inspanning je glycemie in de gaten.
  • Begin niet intensief te bewegen (bv. sporten) wanneer je je ziek voelt en een glycemie boven de 270 mg/dl hebt, zeker niet wanneer uit de metingen blijkt dat je bloed of urine te veel ketonen bevat (vooral bij diabetes type 1). Extra bewegen zou in deze situatie de glycemie nog kunnen verhogen. Spuit in deze situatie steeds kortwerkende insuline bij en volg goed op. Om te weten hoeveel je best eet, vanaf welke waarde je best een bijkomende snack eet, welke aanpassing van de insuline eventueel nodig is, moet je met veel factoren rekening houden. Aarzel niet om dit te overleggen met je behandelend arts. Maar uiteraard leer je ook op dit vlak vooral door ervaring op te doen!