Zelfzeker de baan op: tips rond autorijden

Diabetes is goed te combineren met autorijden, als je maar met een aantal dingen rekening houdt. We geven je even een opfrisser, zodat je goed voorbereid en met een gerust gevoel de weg op kan.

Als je bloedsuikerverlagende medicatie (pilletjes en/of inspuitingen) met risico op een hypo gebruikt, controleer je je bloedsuikerwaarde voordat je gaat autorijden.  Bestuur alleen een voertuig als je bloedsuikerwaarde 90 mg/dl of hoger is. Bij gebruik van deze medicatie moet er ook altijd een bloedglucosemeter in je auto liggen. Bespreek met je behandelend arts hoe vaak en in welke omstandigheden je moet meten.

Je weet nooit wat je onderweg kan tegenkomen. Zorg ervoor dat je altijd snacks in je auto hebt liggen, zoals fruit, koekjes of een extra boterham. Je wilt natuurlijk geen hypo krijgen als je in de file staat! Heb ook altijd snelle suikers (bv. cola, druivensuiker) binnen handbereik.
 
Toch een hypo? Parkeer je auto op een veilige plek en meet je bloedsuikerwaarde. Ligt de waarde lager dan 60-70 mg/dl, neem dan 10-15 g snelwerkende suikers (150 ml cola of 4-5 tabletten druivensuiker). Na 10 minuten meet je opnieuw je bloedsuikerwaarde. Sta je nog steeds te laag, dan herhaal je de inname van snelwerkende suikers. Heb je een hypo vlak voor een geplande maaltijd? Eet deze maaltijd dan wat vroeger.  Krijg je een hypo tussen 2 maaltijden in, eet dan wat extra trage koolhydraten (bv. boterham, vezelrijke koek, fruit) om je reserves aan te vullen.

Tot slot: vermijd alcohol als je nog moet autorijden. Alcohol kan tot enkele uren na consumptie nog een daling van de bloedsuikerwaarden veroorzaken en dus een hypo. Bovendien vermindert alcohol je rijvaardigheid en je vermogen om een hypo aan te voelen.