Zoetstoffen

Alhoewel suiker in een gezonde diabetesvoeding niet verboden is, kan het gebruik van zoetstoffen nuttig zijn.

Een beperkt gebruik van suiker bij een goed geregelde diabetes zonder overgewicht vormt geen probleem. Toch kunnen zoetstoffen een goede vervanger zijn wanneer de smaak meer zoet verlangt dan in een gezonde voeding wordt aanbevolen of wanneer de weegschaal meer dan het gewenste gewicht aangeeft.
 

Zoetstoffen en vervangsuikers zijn onder te verdelen in volgende groepen:

  1. Intensieve zoetstoffen (zoals sacharine, cyclamaat, aspartaam, acesulfaam-K, sucralose, steviolglycosiden …). Ze zijn vele malen zoeter dan suiker, hebben geen invloed op het bloedsuikergehalte en brengen geen energie aan.
  2. Maltitol, isomaltitol, sorbitol, mannitol, lactitol, erythritol en xylitol behoren tot de groep van de polyolen. Deze suikervervangers zijn iets minder of ongeveer even zoet als suiker. Ze leveren ongeveer de helft van de energie en hebben weinig of geen invloed op het bloedsuikergehalte.
  3. Tagatose is een zoetmiddel dat wordt verkregen uit lactose (= melksuiker). De zoetkracht is ongeveer even groot als die van suiker, maar het zoetmiddel brengt minder dan de helft van de calorieën van suiker aan. De invloed op de bloedsuikerspiegel is verwaarloosbaar.
  4. Fructose (= vruchtensuiker) en andere alternatieve suikers zoals moutstroop (= maltose), maïsstroop, cichoreistroop en honing zijn broertjes van gewone suiker. Ze leveren evenveel energie en zullen de bloedsuikerwaarden wel beïnvloeden. Ze worden nochtans veel gebruikt in producten met vermelding ‘suikervrij’ of ‘geschikt voor mensen die het gebruik van gewone suiker willen of moeten vermijden’. Laat je dus niet beetnemen, lees steeds aandachtig de samenstelling op de verpakking! 
 
Deel dit bericht
Deel dit bericht