Sensorconventie

CGMtoestel

In België wordt momenteel tegemoetkoming en ondersteuning voorzien voor de opvolging van de glycemie via continue glucose monitoring (CGM). Deze zogenoemde sensorconventie, loopt in een aantal centra met expertise hierover. Er zijn ook strikte voorwaarden waardoor de doelgroep zeer beperkt is. 

Continue glucosemonitoring (CGM) is een relatief nieuwe technologie die toelaat om door een groot aantal metingen in de tijd, een beter inzicht te krijgen in de glycemieregeling en de patronen gedurende de dag. Wanneer de waarden onmiddellijk kunnen afgelezen worden, spreekt men van real-time CGM. Dit biedt bepaalde voordelen maar de technologie is niet voor iedereen weggelegd. Er zijn namelijk flink wat inspanningen nodig om het toestel correct te leren gebruiken en op basis van de extra verkregen informatie de juiste beslissingen te nemen. Enkel zo is er daadwerkelijk een verbetering van de glycemieregeling mogelijk.


Welke voorwaarden?

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor real-time CGM zijn:

  • Minimaal 6 maanden een pomp hebben die optimaal en correct gebruikt wordt. Een versneld traject is mogelijk onder specifieke voorwaarden bv. bij zwanger- schap(swens).
  • Voldoende de bloedglucose meten: minimaal vier keer per dag.
  • Gemotiveerd zijn om de CGM effectief tegebruiken en beschikken over technologische basisvaardigheden.
  • Kennis van de koolhydraten in de voeding en een goed zicht hebben op de verschillende factoren die de bloedsuikerspiegel beïnvloeden.

     

Afspraken en opvolging binnen de sensorconventie

Voordat je kunt starten met real-time CGM, zul je eerst enkele afspraken en doelstellingen moeten vastleggen samen met de diabetoloog/educator. Op basis hiervan kan het nut van real-time CGM geëvalueerd worden.

Wil je met CGM starten dan moet je zorgvuldig met de sensor en het toebehoren omgaan. Je moet de sensor minimaal 70% van de tijd dragen. Het is enkel zinvol als je gemotiveerd bent.

Bij aanvang krijg je voldoende educatie over alle technische aspecten zoals het plaatsen van de sensor, calibratie, uitlezen van de waarden, gegevensverwerking en interpretatie … Daarnaast wordt vooral uitleg gegeven over hoe de insulinetherapie op basis hiervan moet aangepast worden.

In een eerste fase van gebruik wordt frequent contact met het diabetesteam voorzien, waarbij ervaringen, mogelijke problemen en de resultaten van de CGM (uitprint) aan bod komen.

Na enkele maanden wordt met je arts de mogelijkheid bekeken om de CGM verder te zetten, op basis van een evaluatie.

 

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht