Wandelen met diabetes

De natuur, frisse lucht, een heerlijke zonnetje, de beweging op zich ... wandelen is de ideale bewegingsvorm, ook voor wie diabetes heeft. Gewoon stap per stap je voeten vooruitzetten. Wandelen is goed voor je diabetes én om het risico op diabetes type 2 te verminderen. Lees hieronder meer.

Diabetes is een chronische aandoening, met aan de basis een gebrekkige productie van of resistentie voor het hormoon insuline. De oorzaak hiervan verschilt per type. Voor personen met diabetes is een gezonde levensstijl extra van belang. Meer info over diabetes en de verschillende types vind je hier

Wandelen met diabetes

Regelmatig bewegen of sporten is essentieel voor mensen met diabetes. Toch kan het soms wat uitdagend zijn. Hoeveel mag je bewegen als je diabetes hebt? Wat met mogelijke complicaties onderweg? En waarom is beweging essentieel voor je behandeling? 

Voor personen met diabetes blijven de algemene aanbevelingen van dagelijkse beweging dezelfde. Beweeg het grootste deel van de dag licht intensief en minstens 150 minuten per week matig intensief. 

Bij lichte intensiteit is je ademhaling rustig en hartslag niet verhoogd. Wandelen valt onder aerobe sporten, wat wil zeggen dat het om een licht intensieve beweging gaat. Deze sporten vereisen minder intensieve spierwerking en zorgen meestal voor een bloedsuikerdaling (tijdens en na het sporten).

Wandeling Diabetes Liga Mercy Classic

Voordelen van wandelen voor je diabetes

Heb je diabetes en wil je graag meer wandelen? Laat je niet afschrikken door de mogelijke uitdagingen of complicaties, zoals een te lage bloedsuikerspiegel (hypoglycemie). 

  • Door te bewegen kan je je bloedsuikerspiegel doen dalen en zo hoge bloedsuikerspiegels voorkomen. Zo kan het interessant zijn om na een maaltijd even te gaan wandelen.
  • Soms kan (extra) bewegen ervoor zorgen dat je bloedsuikerspiegel te sterk daalt. Neem altijd iets mee van snelwerkende én traagwerkende suikers om je bloedsuikerspiegel op peil te houden.
  • Tot 1 à 2 dagen na een beweegsessie kan er een verbeterde insulinegevoeligheid zijn. Blijf je regelmatig in beweging, dan zal je insulinegevoeligheid ook op lange termijn duidelijk verbeteren. Dat kan ervoor zorgen dat je consequent minder nood hebt aan insuline of bloedsuikerverlagende medicatie
Symptomen van een hypo of hypoglycemie of te lage bloedsuikerspiegel

Een hypo tijdens het wandelen: wat doe je?

Jullie zijn halfweg in de wandeltocht, maar je voelt je duidelijk niet goed. Mogelijks heb je te maken met een hypoglycemie. De behandeling van een hypoglycemie hangt af van persoon tot persoon, maar bestaat meestal uit volgende stappen:

  • Meten is weten
    Meet je bloedsuikerwaarde (of laat je helpen) met een bloedglucosemeter of sensor om zeker te zijn dat het om een hypo gaat. Als dit niet mogelijk is (maar je bent wel bij bewustzijn), neem dan direct snelwerkende suikers in. Geeft de bloedglucosemeter of sensor een waarde aan onder de 60-70 mg/dl of LO (low, te laag)? Dan heb je te maken met een hypoglycemie
     
  • Neem snelwerkende suikers in
    10 tot 15 gram snelwerkende koolhydraten innemen, volstaat in de meeste gevallen. 15 gram koolhydraten zijn ongeveer 4 à 5 druivensuikers of 150 ml gesuikerde frisdrank.
     
  • Controleer de bloedsuikerwaarde opnieuw
    Wacht 10-15 minuten tot de suikers opgenomen zijn in het bloed. Controleer daarna opnieuw de bloedsuikerwaarde. Als deze nog steeds te laag staat, neem dan een tweede portie snelwerkende koolhydraten.

Voor omstaanders: personen met diabetes weten in deze situaties meestal wat ze moeten doen. Bij een hypo kan het voorkomen dat de persoon heel bitsig of kort reageert, dat komt vaak doordat de persoon zich op dat moment echt niet goed voelt. Onderbreek de wandeling even en bied je hulp aan. Laat de persoon rustig zitten of liggen om een val te voorkomen. Blijf bij de persoon zitten en vraag waarmee je kan helpen. Ziet de persoon bleek, heeft de persoon honger, is hij/zij duizelig? 

Een ernstige hypoglycemie kan zorgen voor bewustzijnsverlies. Raadpleeg dringende medische hulp wanneer de persoon niet meer in staat is om snelwerkende suikers in te nemen bij een hypoglycemie.