Borstvoeding bij diabetes

Vrouw met baby

Heb je diabetes type 1 of type 2? Dan kun je borstvoeding geven. Diabetes kan wel invloed hebben op je glucosewaarden en insulinebehoefte, vooral in de periode vlak na de bevalling. Een goede voorbereiding en opvolging door je diabetes- en geboorteteam helpen je om hierop in te spelen. Op deze pagina lees je wat je kunt verwachten en waarop je kunt letten.

Borstvoeding en diabetes in het kort

  • Je kan borstvoeding geven als je diabetes hebt.
  • Je insulinebehoefte kan na de bevalling veranderen.
  • Borstvoeding kan invloed hebben op je bloedsuikerwaarden, waardoor extra opvolging belangrijk is.
  • Heb je diabetes type 1? Wees dan extra alert voor hypo's.
  • Bespreek je diabetesmedicatie voor de bevalling en tijdens de borstvoedingsperiode met je zorgteam.
  • Lukt of kies je niet voor borstvoeding? Ook flesvoeding is een goede mogelijkheid.

Goed om te weten: Deze pagina richt zich vooral op mensen met diabetes type 1. Heb je diabetes type 2 of had je zwangerschapsdiabetes? Dan kunnen bepaalde adviezen anders zijn. Bespreek je medicatie en diabetesbehandeling altijd met je zorgteam.

Welke voordelen heeft borstvoeding?

Ook voor mama's met diabetes type 1 en hun pasgeboren kindjes biedt borstvoeding heel wat voordelen. Vrouwen die borstvoeding geven hebben altijd een ideale voeding voor hun baby op de juiste temperatuur bij de hand. Het geven van borstvoeding kan de eerste dagen en weken de band versterken tussen moeder en kind.

Bovendien helpt borstvoeding het bloedverlies te beperken en geraken vrouwen die borstvoeding geven hun zwangerschapskilo's gemakkelijker kwijt. Op lange termijn zou borstvoeding geven ook het risico op bepaalde kankers verminderen. 

Borstvoeding is ook voor de baby een uitstekende keuze. Moedermelk is rijk aan afweerstoffen waardoor het risico op ziekte vermindert. Moedermelk is licht verteerbaar en kinderen die (voldoende lang) borstvoeding kregen zouden beter beschermd zijn tegen overgewicht op latere leeftijd en diabetes type 1. In moedermelk zitten bovendien bepaalde stoffen die een relaxerend gevoel geven aan moeder en kind. 

Wat gebeurt er vlak na de geboorte?

Extra aandacht voor de bloedsuikerwaarden van je baby

Bij mama's met diabetes is de kans groter dan hun baby de eerste uren na de bevalling te lage bloedsuikerspiegels heeft. De eerste moedermelk, colostrum, zorgt mee voor een stabiele glycemie bij de baby en bevat daarnaast o.a. zeer waardevolle antistoffen die de baby beschermen tegen infecties. 

De maag van een pasgeboren baby is ongeveer een knikker groot. Dit betekent dat een baby vaak kleine hoeveelheden colostrum (slechts een koffielepeltje per keer) nodig heeft. Een pasgeboren baby heeft tussen zijn eerste levensdagen 8 à 12 voedingsmomenten per dag nodig. Na enkele dagen werkt borstvoeding volgens het principe van vraag en aanbod. 

Huid-op-huidcontact

Idealiter wordt de baby snel na de geboorte aangelegd, bij voorkeur binnen het uur en is er de eerste uren uitgebreid huid-op-huid-contact. Dit is positief voor een goede start van de borstvoeding. De kans dat de baby vlak na de geboorte in de couveuse terechtkomt is echter groter bij mama's met diabetes, o.a. vanwege het risico op een te lage bloedsuikerspiegel bij de baby. Deze scheiding tussen moeder en kind hoeft geen probleem te zijn. 

Ook wanneer je baby in de couveuse ligt, kan je als mama proberen zoveel mogelijk je baby huid-op-huid bij jou te leggen. Het huid-op-huid contact zorgt voor minder stress bij de baby, helpt de baby om zijn of haar temperatuur op peil te houden en heeft een positieve invloed op de glycemiespiegel. 

Wat als borstvoeding nog niet meteen lukt?

Indien de pasgeborene te weinig aan de borst kan drinken, dan is het aangewezen om te kolven om de melkproductie goed op gang te brengen. De eerste 24 uur wordt doorgaans geadviseerd om dit manueel te doen (vanwege de geringe melkproductie waarbij men 'niets verloren wil laten gaan'), maar daarna kan dit via een elektrische borstkolf. 

Welke invloed heeft borstvoeding op mijn bloedsuikerwaarden?

De insulinebehoefte daalt na de bevalling sterk ten opzichte van de laatste weken van de zwangerschap. Ook tijdens de borstvoedingsperiode kan de insulinebehoefte laag blijven. Bij het stoppen van de borstvoeding zal de insulinenood opnieuw toenemen. 

Het risico op een hypo bij borstvoedende mama's is groter. Het is dus aangewezen om zeer regelmatig de suikerspiegel te controleren, ook voor en na het geven van borstvoeding. De kans op een hypo is meestal het grootst tot een uur na het geven van borstvoeding. Het is daarom handig om voor de borstvoeding iets te eten. 

Vooral 's nachts is het vaak nodig om een extra voedingsmoment in te lassen om een hypo te voorkomen. Borstvoeding vraagt extra energie. Regelmatig en voldoende eten kan helpen om schommelingen in de glucosewaarden op te vangen. Bespreek met je diabetes- of voedingsteam wat dit voor jou betekent.

Welke invloed hebben mijn bloedsuikerwaarden op de borstvoeding?

Goede glycemiespiegels tijdens de borstvoedingsperiode zijn belangrijk voor het vlot kunnen geven van borstvoeding. Lage bloedsuikerspiegels lijken de toeschietreflex te belemmeren en de melkproductie te verminderen. Het lichaam maakt bij een lage bloedsuikerspiegel minder moedermelk aan, doordat er te weinig lactose (melksuiker) gemaakt kan worden. Er is echter geen verschil in de samenstelling van moedermelk tussen mama's die wel of geen diabetes hebben. 

Hoge bloedsuikerspiegels of zeer schommelende bloedsuikerspiegels verhogen dan weer het risico op een borstontsteking, spruw (gistinfectie) of tepelkloven. Een ontsteking of infectie kan op zich ook de bloedsuikerspiegel verhogen. Het snel herkennen van verstopte melkkanalen kan een borstontsteking voorkomen. 

De vroedvrouw kan je tips geven van hoe dit te herkennen en te behandelen. Ook een goede hygiëne is belangrijk om ontstekingen te voorkomen. Wissel daarom zeer regelmatig bijvoorbeeld de zoogcompressen. 

Wat met (diabetes)medicatie?

Gebruik je insuline? Dan kun je die ook tijdens de borstvoedingsperiode blijven gebruiken, al kan je insulinebehoefte veranderen. Gebruik je andere diabetesmedicatie of andere geneesmiddelen? Bespreek dan met je arts welke medicatie geschikt is tijdens de borstvoedingsperiode. Stop of verander je medicatie nooit op eigen initiatief.

Wat is belangrijk om te onthouden?

Of je nu kiest voor borstvoeding, flesvoeding of een combinatie: belangrijk is dat jij en je baby de voeding en ondersteuning krijgen die bij jullie situatie passen. Borstvoeding lukt bovendien niet altijd zoals gehoopt. Heb je vragen of problemen? Bespreek ze met je vroedvrouw, arts of diabetesteam.