Van stille start tot zichtbare symptomen: de verschillende stadia van diabetes type 1
Op basis van de soorten autoantilichamen en de bloedsuikerspiegel wordt de ontwikkeling van diabetes type 1 verdeeld in verschillende stadia (zie figuur beneden):
- Presymptomatisch (stadium 1-2):
Aanwezigheid van minstens 2 soorten autoantilichamen, respectievelijk gecombineerd met een normaal of verstoord suikermetabolisme.
- Symptomatisch (stadium 3):
Aanwezigheid van (meestal) 2 of meer autoantilichamen. Met zichtbare symptomen zoals hyperglycemie of hypoglycemie, chronische complicaties en toedienen van insuline.
De eerste autoantilichamen (vroege aanwijzing dat het afweersysteem de insuline-producerende cellen begint aan te vallen, stadium 1-2) verschijnen vaak al op jonge leeftijd (rond 1,5 jaar), maar dit kan ook later gebeuren, zelfs na de leeftijd van 15 jaar. Bij de aanwezigheid van 2 of meer autoantilichamen is er meer dan 80% kans om tegen de leeftijd van 20 jaar in het symptomatische stadium 3 van diabetes type 1 terecht te komen. Het is zeker dat je deze aandoening op een bepaald moment in je leven ontwikkeld.
Stadium 1 en stadium 2: geen symptomen, wel langzame ontregeling
De asymptomatische fase wordt onderverdeeld in stadium 1 en stadium 2. Binnen deze ‘stille’ fase is er sprake van normoglycemie of dysglycemie. Deze twee indicatoren markeren de overgang van asymptomatisch (stadium 1 – 2) naar symptomatisch (stadium 3):
- Normoglycemie – stadium 1:
Normale bloedsuikerspiegel (glucosewaarde) in het bloed, maar 2 of meer verschillende autoantilichamen zijn aanwezig. - Dysglycemie – stadium 2:
Gestoorde glucosetolerantie of beginnende ontregeling van de bloedsuikerspiegel door afnemende bètacellen. Zodra je in stadium 2 zit, stijgt de kans om in het symptomatische stadium 3 van diabetes type 1 te belanden naar 90% binnen de komende 5 jaar.
Stadium 3: diabetes type 1 met symptomen
Uiteindelijk, wanneer de bètacellen (insuline-producerende cellen) te beschadigd zijn, ontstaat stadium 3. Een blijvende te hoge bloedsuikerspiegel. De snelheid waarmee diabetes type 1 zich ontwikkelt tussen de verschillende stadia varieert enorm, van maanden tot jaren.
- Hyperglycemie – stadium 3:
Door een progressieve afname van het aantal bètacellen, ontstaat stadium 3 met hyperglycemie. Dit stadium wordt in de meeste gevallen pas opgemerkt door de aanwezigheid van symptomen of complicaties.